Categorie archief: FABreis2104

#FABreis 2014: de rekening

verantw1De stof is neergedwarreld, de lessen zijn weer opgepakt: de reis ligt alweer een paar weken achter ons. Maar hij is nog niet afgelopen. In onze hoofden gaat de reis door. We spreken er veel over, onderling, met anderen. Op blogs en in de leraarskamer. Tijdens workshops en vergaderingen. Het gaat maar door.

Maar. Zo’n reis kost geld. Dat geld is voor een deel publiek geld. Er is een deel door het Platform Bèta Techniek gefinancierd en een deel door de Lucas, de Stichting waaronder wij vallen. Overigens is een groot deel van dat geld ook weer door onszelf verdiend doordat we de Ververs Award wonnen, dit jaar.

verant2De opbrengsten bij zo’n reis zijn natuurlijk wat ongrijpbaar. We hebben in ieder geval heel hard gewerkt om een zeer uitgebreid blog te schrijven terwijl de ervaringen nog vers waren. Met een stevige jetlag, rustten we niet totdat we het verhaal op dit blog hadden geschreven. Dat leverde wel eens irritatie op en soms viel iemand met de iPad in de hand in slaap. Maar dat hebben we geleverd. Ik heb wat andere blogs van studiereizen bekeken (als ze er al waren, vaak zijn ze er gewoonweg niet, ook als het betaald wordt uit algemene middelen) en wij steken gunstig af in uitgebreidheid en media.

We zullen ook nog, zo is afgesproken voor het deel dat het Platform heeft betaald een aantal lezingen/workshops verzorgen. Je zou kunnen zeggen dat we dat deel dus niet hoeven verantwoorden: we gaan daarvoor nog aan het werk.

Toch hebben we behoefte om volledig transparant te maken wat zo’n reis nu kost. En vanzelfsprekend mag u daar, stilzwijgend of luidkeels roepend, uw instemming of afkeur van laten blijken.

Schermafbeelding 2014-11-20 om 22.43.07Er kunnen nog kleine wijzigingen optreden in deze eindafrekening. Dat zal maximaal honderd euro verschil opleveren.

Marten Hazelaar, Per-Ivar Kloen en Arjan van der Meij

 

#FABreis 2014: dag 6

Disclaimer: het was een bezoek met vele indrukken en vele gesprekspartners. Het verslag is hier en daar wat van de hak op de tak. Min of meer chronologisch.
hthhover

Hovercraft: thuiskomen

We lopen de hoek om bij de wereldberoemde school High Tech High. We horen een vertrouwd geluid. Een klas kinderen glijdt over het schoolplein op zelfgemaakte hovercrafts. Ook wij glijden graag op onze hovercraft.Dat we niet de enigen zijn die deze school bezoeken blijkt wel uit het feit dat we ontvangen worden door iemand die dat als enige taak heeft: het ontvangen van bezoekers. Angie Guerrrero, zo heet ze, is daar zeer geschikt voor. Alles is “Awesome!” of “Wonderful!“. Later vertelt ze dat er zo’n 3000 (!) bezoekers per jaar deze school bezoeken.

tshirt

$20

Als je dat verdeelt over 200 schooldagen zijn dat er gemiddeld 15 per dag! Wij waren er op een heel rustige dag. Een veelzeggend detail: je kunt HTH shirts kopen bij de receptie.

Na de koffie en de kennismaking worden we op sleeptouw genomen door Becca, een 16 jarige leerling. Ze is een van de “school ambassadors“, een groepje leerlingen die de rondleidingen verzorgt. In elk lokaal zijn we welkom. Het hoeft niet te worden gevraagd of aangekondigd. Men is het gewend.

hthcollage

Een van de vele (10-tallen, honderden?) kunstverzamelingen aan de muur van HTH.

Maar voordat je een lokaal inloopt, loop je door het magistrale gebouw. Er zijn er tegenwoordig velen want HTH, dat in 2000 pas is opgericht, is zo populair dat ze dependances bij de vleet bouwen. Het gebouw waar we ontvangen worden, is het eerste gebouw. Een oude hal van de Marine met een zaagtanddak, hoog. Overal, maar dan ook overal hangt leerlingenwerk. Mobiles van kunstenaars, vogelsilhouetten met aan de onderkant tekst over deze vogels, portretten van personene die een autobiografie hebben geschreven en die gelezen is door een bepaalde klas. Wat ons direct opvalt: een hele hoge kwaliteit; het ziet er allemaal prachtig uit. Maar, het is wel allemaal hetzelfde. De beperkingen in materiaal zijn kennelijk nogal rigoureus.

Becca vertelt dat slechts zo’n 10% van alle studenten die naar HTH willen komen, toegelaten worden. Er wordt een loterij gehouden onder alle aanmelders. Bovendien zijn er quota per postcodegroep. Op deze manier krijgen ze op HTH een doorsnede van de bevolking. Althans van de bevolking die zijn kind naar deze school wil sturen. Want het is een bijzondere school; een docent die we spraken zei ook: “Deze school is niet voor iedereen.” Het betekent wel dat er leerlingen op HTH zitten die uit een hele rijke familie komen en zelfs kinderen die homeless zijn of bijna. Het is ook uitdrukkelijk de bedoeling dat leerlingen een sociaal netwerk vormen: ze moeten elkaar helpen. “Goed voor de rijke en goed voor de arme leerling.” zo zei Angie.

Becca vertelde verder dat van de 100 graduates er 99 doorstromen naar een college. Die ene procent neemt een gapyear of “Has to solve personal issues.” Er worden aan het eind van Highschool wel wat programma’s aangeboden om de SAT (standaardtest = endexamen?) goed te doen om bij de juiste colleges te worden aangenomen. Later zegt een docent: “We care about that because our students care about that.

geschiedeniswielEr wordt eigenlijk altijd wel wat gemaakt op HTH. Docenten werken in “pairs”, vaak een humanity teacher (noemen wij dit een gamma docent) en een science teacher. Of een language teacher en een science teacher of… De lessen worden wel alleen gegeven en voor zover wij kunnen zien altijd door de vakdocent. Wat we elke keer terug zien, is het feit dat het materiaal sterk beperkt wordt. Het beroemde geschiedeniswiel dat een mooie plaats heeft gekregen in de Teacher conference room laat dit ook zien. Voor iedereen deze;de materialen en afspraken over kleur en welk materiaal voor wat. Voordeel: het ziet er fantastisch uit, nadeel: het is wel wat eenvormig. Jeff Robin, “art teacher” op HTH heeft veel goede filmpjes (zeer het bekijken waar als je geïnteresseerd bent in “project based learning“, PBL) gemaakt over het onderwijs van HTH zoals hij dat ziet en er gaat er ook een over beperking, “Voice and choice”:

Bij Spaans maken de leerlingen een monument voor "Día de los Muertos", dag van de docent, een Mexicaans feest.

Bij Spaans maken de leerlingen een monument voor “Día de los Muertos”, dag van de doden, een Mexicaans feest.

Het maken beperkt zich niet tot technische zaken maar Becca vertelde ook over verkiezingsposters die ze moesten maken voor Spaans. Er kwam een verkiezing aan en de leerlingen moesten zich verdiepen in de issues die de Spaanstaligen aangingen, een standpunt innemen en een wervende poster voor dat standpunt maken. Maker Education gaat dus niet alleen over technische zaken aldaar. Zo “maakten” de leerlingen van 15 een lessenserie over de cel die ze ook moesten geven aan kleine groepjes leerlingen van een jaar of 11. Wel had de lessenserie een fysieke component: van kleurplaat tot spel.

Wat wij dan ook geruststellend vinden: wij zagen ook twee leerlingen slapen in een lokaal. Er was daar een “socratic seminar” gaande: een clubje leerlingen besprak een boek of een thema en de kring eromheen deed observaties, bereidde vragen voor, etc. Becca “really loved that!” We vroegen ook nog aan Becca of er ook traditionele docenten waren, die alleen maar aan het vertellen waren. Wat we niet verwacht hadden: die zijn er! Ze had er twee en “I really love them!” Ze vond het heerlijk om naar hen te luisteren. Overigens begrepen we met name van de voornoemde Jeff Robin, docent van het allereerste uur, dat het niet altijd makkelijk was de HTH methode vast te houden, zeker met de druk van de tests. Hij voelde zich daar wel eens alleen in. Tegenwoordig ging dat beter, zo vertelde hij ons.

Het was ook best gaaf om te zien dat ze daar, naast de hovercraft nog wel meer dingen doen, die wij ook doen. Zo maken ze bij scheikunde een biosfeer (doen wij ook bij Science in de derde) en waren er leerlingen bezig met raketten (ook een scienceproject, in de tweede). Zo verbaasd als de Amerikanen zijn als we vertellen dat we op de Populier al jaren (Marten doet dit al meer dan 10 jaar)  bier maken met de leerlingen, zo verbaasd waren Per en Marten dat de leerlingen bij biologie met het DNA van bacteriën aan het klooien waren. Genetische manipulatie is in Nederland in de biologieles streng verboden. Wat toch ook heel gaaf is, en wat we al van plan waren maar nu echt eens gaan doen, is het maken van een “cellphone microscope”, een microscoop waar je de camera van je mobiele telefoon kunt laten functioneren als microscoop.

De cellphone microscope

De cellphone microscope

De plek van wiskunde binnen het conctructivisme dat men aanhangt bij HTH is nog onduidelijk, zo vertelde een wiskundedocent. Traditioneel werd wiskunde ingezet als hulpvak bij “engineering” of werden wiskundige objecten gemaakt. Maar wiskunde heeft ook een intrinsieke waarde, en wat “maak” je dan? Een bewijs, een formule, een… Men worstelt daar nog mee. Hij erkende en herkende ook dat wiskunde als zodanig, zonder enig doel, zelfs “soothing” kan zijn. Wij vroegen hem hoe hij aankeek tegen het feit dat hij heel verschillende leerlingen in zijn groep heeft. Het is daar zoiets als bij ons op de basisschool: de kinderen zijn nog niet voorgesorteerd. Hoewel hij de voordelen zag van niveaugroepen, vond hij de voordelen van de heterogene groepen groter. Zo konden de beteren als voorbeeld dienen voor de zwakkeren. Ook was het goed om te laten zien dat ook diegenen die goed zijn in wiskunde hard moeten werken. Ook was hij heel bezorgd dat als je leerlingen die niet zo goed zijn in wiskunde het “kwartjesmoment” ontzegt: het moment dat het kwartje plotseling valt. Dan kunnen ze soms de stof van drie jaar in één jaar doen.

Lamp gemaakt in de Makerklas in de Middleschool

Lamp gemaakt in de Makerklas in de Middleschool

Op de Middle School die wij bezochten aan de overkant van het plein, liepen we een “maker class” binnen. De docent, Ruben kwam naar ons toen en vertelde dat hij als meubelmaker was opgeleid. Hij had zelf een beetje een hekel aan het verkopen van zijn werk. Dus leraar zijn beviel hem wel. De leerlingen (een jaar of 11) waren op de computers allemaal individueel bezig een ontwerp te maken in Rhino (3D modelleer-programma) voor een lamp. Elke lamp zou worden uitgevoerd. Materiaal: fineer, geplakt op papier (o.a. hier te koop). Het houdt niet op bij het ontwerpen, het snijden m.b.v. de lasercutter en het assembleren. Het is ook de bedoeling ze te verkopen via een kanaal als Etsy.

We hadden een lunch met een aantal Makerdocenten. De motivatie om te werken bij HTH is eigenlijk voor allemaal hetzelfde: de ontevredenheid met traditioneel onderwijs. Enkele uitspraken: “I want freedom.“, “Such a rich environment!“, “It would be heartbreaking for me, if I was excited by something and then somebody else tells me ‘no!‘” Maar er zijn ook nadelen. Onderwijs als op HTH is duur en ze zijn veel tijd kwijt aan het proberen te krijgen van grants.

hthraketNa nog een heel leuk gesprek te hebben gehad met twee op de gang werkende leerlingen liepen we naar de auto terug. Gemengde gevoelens. Wat een vrijheid! Maar ook, veel hetzelfde. Veel aandacht voor de cultuur, interpersoonlijke relaties. Maar wat zijn diue waard in het toch echt wel oppervlakkige Amerika? En, mooi, alle leerlingen door elkaar. Maar het zijn ook wel de leerlingen die naar HTH willen. Is dat ook geen selectie? Als laatste: het heet High Tech High. Maar we zien weinig “high tech”. Slechts één keer een Arduino.

Hoe dan ook, tot nadenken stemmend. En dat is mooi. Ook hier weer veel geleerd.

Arjan, Per-Ivar, Marten

Onder: extra foto’s van HTH:

#FABreis 2014: dag 4

broodje

Broodje kaas uit de deli

Vandaag weer een dag in San Francisco doorgebracht. Het Amerikaanse ontbijt bevalt ons niet zo goed dus zochten we een alternatief. Lang zoeken was niet nodig, naast het hotel zit een deli met geweldige broodjes. Met tijgerbollertjes, of zoals ze hier heten, Dutch speckles. Misschien moeten ik ook nog even zeggen dat ‘bolletje’ een Amerikaans ‘bolletje’ is, te vergelijken met een kwart brood. Met een goede kop koffie erbij zorgde het voor een stevige basis voor een drukke dag.

exingang

Voor het Exploratorium

Eerst naar het Exploratorium, daarna naar het naastgelegen Pier 9. Beide zijn plekken waar we al lang van droomden om er langs te gaan en voor ons handig dat het buren van elkaar zijn. Twee mondiaal hele belangrijke Maker Education plekken op nog geen 100 meter van elkaar.

Het Exploratorium is het Sciencemuseum van San Francisco, ooit opgericht door Dr. Frank Oppenheimer, het kleine broertje van J. Robert Oppenheimer, de man die het Manhattanproject leidde, het project dat ons de atoombom bracht aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

store

De mobile van dingen boven de toonbank van de Exploratorium winkel.

Bij het Exploratorium worden we als gast ontvangen. In het geval het Exploratorium is dat wel mooi even $75 uitgespaard. Als Nederlander kan dan best tevreden zijn met jezelf, al leren we behalve veel ook snel hier. Het uitgespaarde geld is achtergelaten in de shop. Een deel daarvan gaan jullie nog terug zien. We hebben een paar mooie boeken gescoord als inspiratie voor een nieuw project wat hebben bedacht. Over de shop overigens zou je een aparte blog over kunnen schrijven. Niets minder dan een nerd-walhalla.

Na een uurtje rijden vanuit Palo Alto komen we aan bij pier 15 waar het Exploratorium. De auto keurig geparkeerd, de autosleutels ingeleverd (!!!) en op naar het meest geweldige Sciencemuseum in de wereld. Met die verwachting stapten we binnen. Al din e hal kwam ik er achter dat die verwachting weleens te laag ingezet zou kunnen zijn. Kunstzinnige lampen van lege milkbottles, een robot die zodra hij je ziet blijf volgen en een wand gemaakt van met water gevulde wijnglazen. Zo cool! Na heel even wachten werden we opgepikt door Luigi Anzivino.

Een tentakel van een inktvis. Van karton.

Een tentakel van een inktvis. Van karton.

Luigi is één van de zeven mensen die samen het R&D team vormen. Zij zorgen voor nieuwe installaties en workshops gericht op kinderen. Het Exploratorium is er voornamelijk voor kinderen en behoorlijk ‘hands-on’. Luigi liet ons een nieuwe installatie zien waar je met allerlei soorten van materiaal aan een wand een knikkerbaan kunt maken. Ze gebruiken ‘pegboard’ (dat plaatmateriaal dat je vaak onder je matras vindt, met die gaten erin) waarna je allerlei onderdelen zo aan de muur kunt prikken om zo een knikkerbaan te maken. Een geweldig idee! Het werkt alleen niet. Luigi en zijn team zijn niet tevreden over het gebruik. Een deel van het probleem is dat ze geen handleiding gebruiken. De activiteiten zijn zo ontworpen dat het vanzelfsprekend is hoe je het moet gebruiken. Dus houden ze vast aan het idee maar passen ze de uitvoering aan. Compleet Maker style dus: itereren!  Bij de activiteiten zijn overigens wel begeleiders. De eerste groep die begeleidt is altijd het team zelf. Zij leiden een tweede groep op die op hun beurt weer een volgende groep traint. Een mooie en effectieve methode.

automata

Automata gemaakt door kinderen. Binnenkort op de Populier.

Het gesprek gaat verder over Maker Education. Luigi brengt gelijk een nuance aan. Wat zij doen is vooral “tinkering“. Spelen met materiaal rommelen. Het laat zich lastig vertalen. Wellicht is “knutselen” een goed woord maar dat is wat besmet; wij houden het op “klooien“. En van “tinkering” leer je vooral “tinkering“. Het gaat vaak fout waneer de docent er leerdoelen aan gaat hangen, zo is de ervaring van Luigi. Een ontnuchterende boodschap! Dat wil niet zeggen dat het heel goed bruikbaar is. Tinkeren is een vaardigheid die je opbouwt en die je kunt inzetten bij het maken van producten om iets duidelijk te maken. Hierbij moet de leerlingen wel de vrijheid hebben. Op dit principe kan je zelfs een school bouwen. Oud-medewerker Gaver Tulley (die van die TED talk over “five dangerous things you should let your kids do.“) heeft precies dat gedaan. Vier jaar geleden heeft hij Bright Works opgericht. Kern van de school is dat leerlingen drie maanden werken aan een bepaald onderwerp waarna ze op een openbare ‘tentoonstelling‘ moeten laten zien wat ze geleerd hebben. Wat de leerlingen laten zien, daar zijn helemaal vrij in. De vorderingen van de school worden gevolgd door een groep onderzoekers.

Inmiddels was het gesprek echt goed op gang gekomen. Het was even aftasten geweest. Wij gingen het gesprek, net zoals Luigi, zonder vooropgezet doel in. Ik wil nog even een paar, voor ons, parels naar voren halen.

  • Bijvoorbeeld dat al heb je een workshop al 30 keer gedaan, er zijn altijd kinderen die nieuwe dingen verzinnen. “That’s humbling“. Iets waar wij ook altijd door geraakt zijn.
  • Een andere inzicht is het werken in paren. Daardoor is er noodzaak voor communicatie tussen de groepsleden. Hierdoor krijg je als docent een kijkje in het hoofd. Gek dat ik dat nooit bedacht heb.
  • Gevaarlijk gereedschappen? Juist gebruiken, dan zijn er de minste ongelukken. Hoe gevaarlijker het eruit zit, hoe voorzichter leerlingen worden.
  • Een ander probleem wat Marten aansnijdt is dat een snelle leerling iets gaat maken, waarna alle leerlingen dat ook gaan maken. Luigi herkent dit direct. Ze lossen het op door vooraf veel maar juist hele verschillende voorbeelden te geven. Juist daardoor kopiëren de leerlingen veel minder. Wat contra-intuïtief! Dat gaan we zeker proberen.
  • Karton als bouwmateriaal! Voor Luigi en de zijnen is golfkarton het beste materiaal dat er is! Zij werken o.a. samen met het CIT: het Cardboard Institute of Technology. Wat een geweldige dingen maken die! Check vooral de website. En wij gaan karton regelen!

Na het gesprek werden we losgelaten in het museum. Ik kan nu vertellen wat ik daar allemaal gezien en ervaren heb. Ik doe het niet. Laat ik het er op houden dat ik denk dat het stukje pier waar het Exploratorium op staat, de grootste verwonderingsdichtheid op aarde heeft. Zoveel op zo’n zo’n bescheiden stukje, dat moet je zelf gaan ervaren! Het meest geweldige Sciencemuseum op aarde? Nee, het overtrof mijn verwachting, het meest geweldige Sciencemuseum in onze melkweg.

Marten's indrukken. Zoals gebruikelijk vastgelegd in tekeningetjes.

Marten’s indrukken. Zoals gebruikelijk vastgelegd in tekeningetjes.

De tweede plek die we bezochten, was Pier 9. Pier 9 is de Makerspace van Autodesk, een groot bedrijf dat CAD software maakt (AutoCAD bijvoorbeeld maar nog veel meer). Een bedrijf van zo’n 7500 werknemers en 5 miljard omzet. De Makerspace van Pier 9 staat wereldwijd bekend als de mooiste en beste plek om dingen te maken m.b.v. computergestuurde maakmachines.

De reden dat het voor Maker Education zo’n belangrijke plek is, is dat het de thuishaven is van Instructables, dé website waar je kunt leren dingen te maken. Enkele van onze leerlingen hebben wel eens een Instructable gemaakt (Lily: > 35000 views!)en Per-Ivar (LED-kerstboom: >1000 views) ook.  In feite is deze Maker Space gemaakt voor Instructables en heeft het een bredere invulling gekregen in de loop van de paar jaar dat het open is.

De doelstellingen van de Maker Space

  • Onderzoek naar de connectie tussen software en het expliciete maken
  • Demonstreren van deze software en wat je er allemaal mee kan als je de beste tools hebt
  • De grenzen opzoeken van wat er mogelijk is m.b.v. bijv. kunstenaars. Innovatie laten plaatsvinden.

Het is vrij lastig een rondleiding te krijgen op Pier 9. Je moet iemand kennen en die kanjer introduceren. Toen we deze reis aan het voorbereiden waren, dacht ik: “Wie kennen we daar?” En eigenlijk de enige die ik kon bedenken was de baas van het spul, Carl Bass. Carl is CEO en bovendien maker. Bekijk hier bijvoorbeeld maar eens een klein filmpje van bij hem thuis:

Ik zocht zijn e-mail adres op en stuurde hem een mail. Ik heb het even opgezocht en drie uur en 8 minuten later kreeg ik een enthousiast antwoord dat hij wat wij doen heel cool vindt en belangrijk en dat hij ons zelf zou willen rondleiden. Mits hij er zou zijn natuurlijk. Fantastisch nieuws natuurlijk.

Ik heb nog wat met hem gemaild en uiteindelijk kregen we een afspraak op deze dag. Zelf was hij er helaas niet maar de rondleiding werd verzorgd door Jacob, zelf een maker en een behoorlijk enthousiaste ook. Dat was dus heel plezierig.

Opgewonden melden we ons bij de receptioniste Chloë. Jacob haalde ons op en het eerste dat hij vertelde was dat we niet de eersten waren die vandaag Pier 9 bezochten. Een paar uur eerder was de ploeg er die het Hoverboard maakte (Hendo, via Kickstarter) en ze hadden een heel bijzondere testpersoon bij zich: Buzz Aldrin, de tweede persoon op die ooit voet op de maan zette! Check hieronder het filmpje van zijn testride:

tafel9

De Mississipi-tafel

Afijn, beroemde voorgangers dus. Het eerste werk dat we zagen stond direct in de lobby. Een tafel. Zie hiernaast. De profielen zijn gemaakt op grond van waterhoogtedata van de Mississipi. Daarna zijn er tekeningen gemaakt en is het uitgezaagd. Grappig genoeg is het uiteindelijk met name met de hand gedaan en is het toch het visitekaartje geworden dat je ziet als je binnenkomt.

cocktail

Cocktails in alle kleuren van de regenboog.

De eerste Maker Space waar Jacob ons mee naar toe nam, was… de keuken! Jacob maakte ons duidelijk dat iedereen die zegt geen maker te zijn maar wel graag kookt, liegt. Wij zijn het daar natuurlijk enorm mee eens (we beginnen niet voor niets de Science-carriere van elke leerling op onze school, de Populier, met het bakken van een appeltaart en in de derde hebben we het geweldige, door Marten bedachte project Eten en Beestjes.

Na de keuken belanden we in de showcase ruimte waarin een aantal projecten staan uitgestald. Een drumstel, bediend door een Arduino, een cocktailmaker, een platenspeler die platen draait gemaakt met de lasercutter en de 3D printer (de naald ontbrak helaas; Instructable hier) en een paar prachtige stoelen waaronder één gemaakt door Carl Bass.

Platenspeler met houten, gelasercutte plaat.

Platenspeler met houten, gelasercutte plaat.

Pier 9 is een plek voor Instructables en werknemers van Autodesk maar wordt ook zeer intensief gebruikt door een van de veertig (!) “Artists in residence“. Zestien fulltime artists die daar dus een grant voor krijgen. Jacob vertelde dat je “artist” ruim moet opvatten. Sterker nog, hij zei dat wij een goede kans zouden maken als we zouden solliciteren (wow! WOW!). Verder is er ook veel ruimte voor mensen die met een vraag komen. “Mag ik dit proberen te maken?” Of: “Ik heb dit echt nodig maar ik kan het nergens anders maken…“. Jacob vertelde dat eigenlijk het enige criterium is, of het “cool“is. Een uitstekend criterium, dunkt me.

De eerste grote ruimte die we betreden, mogen we niet zomaar betreden. We moeten een veiligheidsbril op, zelfs Marten en ik die al een bril op onze neus hebben staan. Het is de CNC-machine ruimte. Zonder twijfel de meest indrukwekkend plek van Pier 9. Er staan een stuk of zes CNC-machines. Zo komen we direct om de hoek een Waterjet tegen die in een stuk glas aan het snijden is (hij kan tot 6 cm dik metaal, zagen we).

Draaiende CNC-machines, uithollende machines, allemaal met de meeste exotische bits om te snijden en kiezer van de CNC-machines, de Mori Seiki! 11 assig, meer bestaat er geloof ik niet. Jacob vertelde dat deze machine een zesde van het totale budget van Pier 9 heeft opgemaakt. EN er zijn slechts drie mensen binnen Autodesk die hem kunnen bedienen, waaronder de CEO, Carl Bass zelf (dit is cool, vind ik; subzero cool eigenlijk).

Na de CNC workshop, volgt de houthal. Prachtige machines, lekker ouderwets vaak (lintzaag etc.). Er was overigens niemand aan het werk daar. Jacob liet ook de cirkelzaag nog zien. Voor ons op school is dit apparaat echt een no-go. Veel te gevaarlijk voor de tere kinderhandjes. We hebben er een en die gebruiken we ook wel eens maar leerlingen moeten er verre van blijven. Deze is echter volstrekt veilig. Er staat een spanning op het blad en wanneer er iets vochtig tegenaankomst, slaat er een rem in het zaagblad dat direct stilstaat en zich terugtrekt. We hebben geen demo gezien. Maar die kun je hieronder wel zien. Eerst met een knakworst en later met de vinger van de directeur van SawStop.

De metaal workshop die daarna komt is ook werkelijk ook schitterend. De lasplek is afgeschermd door een groot oranje scherm. Een er staan nieuwe, oude apparaten. Apparaten die al veertig jaar precies hetzelfde worden verkocht.

Een hoofd geprint met de papier 3D printer.

Een hoofd geprint met de papier 3D printer.

Dan vertrekken we naar boven, naar de plek waar alle 3D-printers staan. Zeven grote 3D-printers, Objet 500, die twee soorten materiaal tegelijk kunnen printen + supportmateriaal. Grote, dure apparaten die per stuk $250.000 kosten. Er zijn ook andere 3D-printers waaronder een volstrekt idiote maar briljante: een papierprinter. Fullcolor. Het snijdt een laag uit, dan de volgende, lijmt ze op elkaar dan de volgende etc… Levert fotorealistische prints op maar is heel langzaam. De printer is de Iris van Mcor: http://www.mcortechnologies.com/3d-printers/iris/

Door de mogelijkheid om op de Objet 500 verschillende materialen te kunnen gebruiken kunnen ze rare geheugenachtige structuren maken. Zie hieronder.

Er staan daar ook fantastische  lasercutters. De kleinste heeft een vermogen van 75 W (onze, op de Populier heeft ene vermogen van 35 W). Het grootste bakbeest heeft een vermogen van 400 W en snijdt door dikke stukken plastic en hout heen en zelfs door dun metaal.

De nieuwe 3D-printer van Autodesk: de Spark!

De nieuwe 3D-printer van Autodesk: de Spark!

Opwindend nieuws ook: Autodesk komt met een eigen, vloeistof 3D-printer: de Spark. Wij hebben er twee gezien en ze zien er fantastisch uit. De resultaten zijn ook extreem mooi. De prijs zal in het bereik van scholen liggen (er wordt gezegd zo’n $5000).

Na het 3D=lab steken we over naar de kantoren. Althans, steken over. Er is een kabelbaan gemaakt. Door een “artist in residence“. Spelen is een aspect van maken en Maker Education dat niet genoeg aandacht kan krijgen. het is extreem belangrijk om als je iets ontwerpt los te zijn. Spelen kan heel goed helpen. Een wezenlijke vaardigheid dus.

Er is nog veel meer te vertellen en te laten zien. Wellicht op een later moment. Voor nu volstaat: Autodesk is een fantastisch bedrijf dat ze doet doen voor hun werknemers en mensen buiten het bedrijf. Het is ook te zien: de mensen die daar werken, werken er met een glimlach op hun hoofd. Voor ons was dit een geweldig bezoek dat heeft geïnspireerd. Natuurlijk kunnen wij deze apparaten en deze werkwijze niet overnemen. Maar we hebben wel de toekomst gezien voor onze leerlingen en dat gaan we ze vertellen ook. Ik weet zeker dat er een aantal zijn die hardop of stilletjes zullen denken: “Wacht maar, over een paar jaar werk ik daar!

Arjan, Per-Ivar en Marten.

#FABreis 2014: De Denen

Katrine

Katrine Holm Kanstrup

De FabLearn conferentie begon elke dag met een ontbijt. Als we ergens niet aan kunnen wennen hier, is het het ontbijt. Bij FabLearn was er koffie (wel een goed idee natuurlijk) en Danish Pastry. Zoet, en veel te groot altijd. Waar is ons broodje met kaas?

En de pastry was niet het enige Deense op de conferentie.Van de tweehonderd deelnemers was meer dan 10% Deens. Daar moesten we meer van weten! Op de tweede dag van de conferentie sprak ik met de Deense delegatieleider, Katrine Holm Kanstrup.

Katrine is van de afdeling “Strategi og Udvikling” (hardop lezen, dan begrijp je het meteen) van de Deense gemeente Vejle. Ze is verantwoordelijk voor een soort FabLab in een centrum voor kleine creatieve, innovatieve bedrijfjes aldaar: http://www.spinderihallerne.dk (spinnerij?).

Het Fablab in het centrum was gebouwd met gemeenschapsgeld maar werd te weinig gebruikt. Het idee ontstond om er ook leerlingen gebruik van te laten maken. Dit gebeurde en was een succes. Zodanig succes dat de gemeente dit groter aan wilde gaan pakken en samenwerking zocht met andere gemeenten. De focus ligt bij de gemeenten met name op het gebied van innovatie. Nu is er een samenwerkingsverband met twee andere gemeenten: Aarhus en Silkeborg.

Het startpunt is in Denemarken het aanleren en gebruiken van Design Thinking. Veel bedrijven steunen het initiatief vanwege de arbeidsmarkt. men wil werknemers die dit beheersen. De gemeenten die meedoen vinden dit zo belangrijk dat ze ruimte hebben gemaakt in het curriculum. Scholen die mee willen doen, kunnen dit dus redelijk makkelijk gaan doen.

fablearn-demo-dimebWanneer er dus ruimte is, komt er vanzelfsprekend behoefte aan kennis, vaardigheden. En net zoals bij ons, zijn er nog geen geïnstutionaliseerde opleidingen en zijn de Denen onder leiding van Katrine zelf op zoek gegaan naar de plekken om Maker Educator te worden. Fablearn.eu is gehouden in Aarhus, op 16 juni, jl. Er worden Design Teaching cursussen gegeven en er is een grote groep Denen vertrokken naar de VS voor een weekje onderdompeling in Maker Education.

De volledige delegatie bestaat uit 50 mensen. Deze groep bestaat voor het grootste deel uit docenten. Zozeer zelfs dat er niet-docenten die eerst wel mee zouden gaan, op het laatst afhaakten vanwege teveel docenten! De FabLearn organisatie stond een maximum van 20 deelnemers toe (=10%). De andere deelnemers bezoeken scholen in Californië. Vier scholen (ik zoek nog uit welke) zijn er geselecteerd.

Dit kost natuurlijk heel veel geld (kleine schatting mijnerzijds: €50.000-€100.000) en wordt opgebracht door de drie gemeenten. Het wordt niet alleen hier professioneel aangepakt. Er is direct een samenwerkingsverband aangegaan met een Universiteit (die van Aarhus) om het “research based” te maken. Er zijn voorlopig vier focussen bedacht:

  • kritische kennis en gebruik van moderne technologie
  • design thinking
  • innovatie
  • entrepreneurship

Ook vanwege de oorsprong is heel duidelijk ingezet om het niet alleen bij de STEM-vakken te plaatsen (STEM: Science, Technology, Engineering, Mathematics, wat wij de bètavakken noemen, vaak) maar ook bij andere vakken en met name het verband met kunst wordt gelegd (dan wordt STEM, STEAM, de “A” van Arts erbij).

Katrine en wij houden contact: er loopt een aanvraag voor een Europese subsidie voor een samenwerkingsverband op dit gebied. Ze hebben al een Nederlandse partner in de vorm van de Universiteit van Eindhoven (wie weet wie?). In ieder geval hopen Katrine en ik erg op een vitale Europese Maker Education community.

De energie waarmee de Denen Maker Education omarmen, bevalt me enorm. Ook de organisatie vanuit de gemeenten is mooi (misschien wel de meest logische, zie ook de plannen in Rotterdam). Ik hoop dat onze bestuurders meelezen en ook eens een groot gebaar maken. Het opstarten van een nieuwe veelbelovende vorm van onderwijs kost geld en vraagt visie. Ik heb het idee dat dat in Denemarken goed doorgedrongen is.

Arjan

#FABreis 2014 dag 3

Wat een dag weer! Door een last-minute wijziging in het programma (Pier 9 verschoven van maandag naar dinsdag) was deze maandag geheel vrij van afspraken. Echt rot voelden we ons daar niet over natuurlijk; we hadden lange dagen gemaakt op FabLearn. We gingen naar San Francisco om een lekker te eten. langs de pieren te slenteren en een beetje te shoppen voor thuis.

zeeleeuwDe rit van Palo Alto naar San Francisco is al best bijzonder. Onderweg kom je soms bedrijven tegen die je eigenlijk alleen van je beeldscherm kent: Evernote hebben we gezien en ook NEST (van die thermostaten). Na een klein uurtje arriveerden we in San Francisco, parkeerden de auto en gingen ontbijten. Daarna naar de Pier, Alcatraz van een afstandje bekijken, de Golden Gate Bridge bewonderen en even kijken naar de stinkende zeeleeuwen.

zootroopMaar, we liepen ook even binnen bij Musée Mécanique. Een gratis toegankelijk museum met meer dan 200 apparaten. Vermaakapparaten uit vaak vervlogen tijden. Zoötropen (voorloper van de film: een draaiend systeem laat telkens één plaatje zien en dan heel snel de volgende; als dat snel genoeg gebeurt dan lijkt het te bewegen; regelmatig zijn er licht erotische filmpjes te zien), flipperkasten, automatische piano’s, bowlingbanen, danseresjes, en nog veel meer. Allemaal bewegend, mechanisch meestal en voor een quarter (of soms twee). Een schitterende collectie en alle apparaten doen het ook gewoon goed. Hieronder zie je een aantal filmpjes van de apparaten.

Het bekijken van dergelijke apparaten zorgt, zoals zo vaak, voor een enorme stroom aan ideeën. Mooie opdrachten voor leuke apparaten, dansende, muziekmakende apparaten, zoötropen etc. Onze leerlingen kunnen de borst natmaken!

Marten:

tramNa het bezoek aan het speelautomaten-museum  zijn we met de Cable Car de stad in gereden. Fantastisch! San Francisco is sowieso een prachtige stad. Door het rechthoekige stratenpatroon en de grote hoogteverschillen heb je bij elke kruising een geweldig uitzicht. Veel van de huizen zijn van het begin van de vorige eeuw, neoclassicistisch, van hout, erg mooi. Maar het systeem van de cable cars is voor nerds al wij op zich al geweldig. Door een gleuf in de straat loopt een kabel die voortdurend met ongeveer 15 km/u rond getrokken wordt. De cable cars rijden op rails en met een grote knijper wordt de car vastgeklemd aan de bewegende kabel. Ze hebben dus geen eigen aandrijving. Het systeem komt uit 1873 en werkt nog steeds, hoewel het tegenwoordig alleen nog in stand wordt gehouden voor de toeristen.

 Per-Ivar:

Vlak voor ons vertrek kwamen we er achter dat zich op 20 minuten van ons hotel de Evil Mad Scientist Laboratories (EMSL) bevinden. Dit bedrijf is van  een stel, Windell en Lenore, die hele leuke kits ontwikkelen en daarna op de markt brengen. En met heel leuk bedoelen we ook heel leuk! Zoals bijvoorbeeld de Eggrobot. Dit is een robot waarmee je via de computer tekening kunt maken op een ei. Een beetje een plotter voor kromme oppervlaktes dus. Hoe cool! Bijna net zo cool als de samen met Super Awsome Sylvia ontwikkelde Water Color Bot. Beide zijn aan te sturen met verschillende programma’s waaronder Scratch en Snap! Daarmee zijn het ook voor het onderwijs zeer interessante opties.

De allereerst bristlebot ooit. Een robot aangedreven door een trilmotortje. Uitgevonden bij de EMSL!

De allereerst bristlebot ooit. Een robot aangedreven door een trilmotortje. Uitgevonden bij de EMSL!

Nadat wij voor onze reis op Twitter contact hadden over de ontdekking dat the Evil Mad Scientist zo dichtbij het hotel is, kregen we kort daarna, via het zelfde medium, een uitnodiging om inderdaad even langs te komen. We konden een ‘tour’ krijgen. Best leuk zo, vonden wij. Door alle dingen die we willen doen en zien, hier in San Francisco, dreigde het bezoek aan EMSL in het water te vallen. Maar omdat makers eigenlijk altijd een leuk verhaal te vertellen te hebben en omdat er ook voor Maker Education op de Populier geshopt kon worden, gingen we poging wagen. En man, oh man! Wat zijn we blij dat we dat gedaan hebben!  Bij aankomst werden we door een naar buiten lopende klant al begroet met: “Jullie zijn zeker de Hollanders? Ze zijn binnen al allerlei spullen aan het klaar zetten voor jullie.” Arjan had inderdaad een tweet gestuurd waarin onze komst min of meer werd aangekondigd, maar dit hadden we niet verwacht. Het was een voorteken van een hele bijzondere ontmoeting… Een ontmoeting die zoveel verhalen bevat dat het me nu, mede door de moeheid, niet meer lukt om alles goed te vertellen. Net zo goed als Engels praten niet goed meer lukte. Het zakte tot diep onder het niveau van onze minister president. Later volgt er nog meer over dit bijzondere bezoek. Laten we voor nu zeggen dat we alledrie diep onder de indruk waren met welk een plezier, slimheid, doorzettingsvermogen en oog voor detail, alles bedacht en gemaakt is. Wij bleken amateurs op bezoek bij een chef. Wat een ervaring!!!

Er was overigens nog wel een probleem. Wat moesten we kopen? Eigenlijk alles… Na even overleg hebben hebben we het volgende gekocht:

Een geweldige dag!

Per-Ivar, Arjan en Marten

#FABreis 2014 dag 2

Gisteren was het zo ongeveer de enige dag in dit jaar waarin het regende in Californië in 2014. De droogte is enorm. Vandaag was het weer een dag zoals normaal in Californië. lekker warm weer. De taxichauffeur die ons naar Stanford bracht was volstrekt helder: hij dacht dat we lokaal waren, anders had hij ons afgezet. Niet letterlijk maar figuurlijk.

SP-PhotoHet is mooi om te zien, zoals de chair Paolo Blikstein ook zei, dat veel belangrijke spelers in Maker Education, vrouwen zijn. Zo ook de twee dames die vanmorgen de eerst grote lezing deden: Yasmin Kafai en Paula Hooper. Beiden werkten in de jaren zeventig samen met de vader van Maker Education, Seymour Papert. Paolo legde ons ook uit dat heel veel van de instrumenten die we tegenwoordig gebruiken in FAblabs afkomstig zijn uit de groep rond Seymour Papert. “Using machines as raw material for personal expression.

Yasmin beet het spits af en begon met een korte geschiedenis van het constructivisme op MIT. Seymour Papert bracht een bijzondere groep mensen bij elkaar, leraren, psychologen, computerwetenschappers, kunstenaars. LOGO werd gebruikt om allerlei projecten te doen. Je zou kunnen zeggen dat het begin is van wat je nu “Serious gaming” noemt. Papers schreef het boek Mindstorms, een revolutionair boek. Het voorwoord, over de liefde van Papert voor tandwielen moet je echt lezen. Dan begrijp je Maker Education een stuk beter. “The computer is the Proteus of machines“.

Een aantal punten uit het verhaal van Yasmin:

  •  Als je iets maakt zijn: “Skill, design and aesthetics” heel belangrijk.
  • Het is heel goed als een leerling een “tangible” product maakt; je moet het in je handen kunnen houden.
  • Programmeren, datgene wat de groep rond Papert als eerste de scholen inbracht, moet je zien als geletterdheid. “Program or be programmed.”

Daarna sprak Yasmin over een onderzoek over het gebruik van Scratch, de programmeertaal voor kinderen die ook op MIT is uitgevonden. Naast een programmeertaal biedt het Scratch platform ook een uitwisselingsplek voor de software, een sociaal platform. Dat is even belangrijk als de eenvoud van de programmertaal. De cijfers zijn indrukwekkend. Eer staan meer dan zes miljoen programma’s op de website en er zijn meer dan 3 miljoen gebruikers.

Uit onderzoek blijkt dat , net als bij andere platforms, dat ongeveer de helft (45%) echt actief is. Sterker nog: 5% van de gebruikers maakt 95% van de inhoud. Dat is gebruikelijk. Het blijkt ook dat de meeste programma’s gemaakt worden, geïnspireerd door de populaire cultuur (Hello Kitty, HALO). Dat is niet erg, een goed startpunt, maar we moeten ook kijken naar wat er niet gemaakt wordt.

Concluderend zijn er drie belangrijke vragen:

  1. Hoe kunnen we verder gaan dan het eerste, opwindende programma?
  2. Hoe kunnen we verbindingen maken met belangrijke zaken naast de populaire cultuur?
  3. Hoe kunnen we de verbinding zoeken met de geschiedenis (denk aan Indian Americans) terwijl we wel naar voren kijken?

Paula Hooper nam het daarna over van Yasmin. Zij zoomde in. Al eerste maakte ze een stevige observatie: “Equity and inclusion is more than access, more than the presence of diversity of students and people”. Vervolgens vertelde ze ons over het programmeer-avontuur van een groep zwarte meisje op een basisschool. Als eerste programmeerde deze groep m.b.v. logo een verhaal: “The little shop of horrors” waarbij het nodig was om “procedures within procedures”  the hebben. Vervolgens maakten ze een verhaal rondom een circus waarbij een dakloze vrouw een hoofdrol speelde. De meiden gebruikten hun kennis en vaardigheden op programmeergebied om het verhaal te vertellen. De eindboodschap van hun verhaal: “Women can take care of themselves!

De succeservaring zorgde ook voor een omdraaiing van hun beeld van een programmeur: eerst dachten ze dat programmeren alleen maar iets was voor “white nerds” maar aan het einde zei eenmeisje: “I want to be a programmer to help my mum.

De slotopmerkingen van Paula waren intrigerend. Meisjes maken het zichzelf bij het programmeren vaak niet zo moeilijk itt de jongens. Dat is echter een kwestie van tijd: als je de meisjes wat meer tijd geeft, kunnen ze een verhaal construeren en gaan ze net zo diep als de jongens. Verder gaf Paula ook aan, net zoals meer sprekers voor haar, dat programmeren of maken in het algemeen niet door iedereen meteen graag gedaan wordt. Je hebt er slimme en soms kalme pedagogie voor nodig (Jelmer Evers wees me erop dat “Pedagogy” in het Engels meestal pedagogiek en didactiek ineen betekent). belangrijke les voor ons: niet teveel denken dat iedereen is zoals wij. Dus niet de “hacker” manier (zie de lezing van Blickstein gisteren).

In de marge van het verhaal liet Paula nog een mooi computerproject zien waarbij wiskunde werd geleerd aan de hand van een zelf te ontwerpen spinorgaan. Dat kan alleen maar virtueel blijven maar de files van de spirograaf zijn ook te snijden met een lasercutter of 3D te printen. Dan kan je ze in net echt gebruiken. Hierna volgende, precies zoals op de eerst dag, de workshops.

Per-Ivar en Arjan

IMG_5007Wij zaten bij de workshop met als titel: “CityXproject“. Dit project is bedoeld voor kinderen van de basisschool en is een Design Thinking/3D printing lessenserie. Erg voorgstructureerd. Wel bemerkten de bedenkers dat kinderen vaak nog veel verder denken dan ze zich zelf hadden voorgesteld. Het project is gratis te downloaden  (wel creditkaart gegevens nodig, maar je mag $0,00 invullen). In het project moeten leerlingen oplossingen vinden voor de problemen van de mensen die de aarde zijn ontvlucht en een nieuwe samenleving aan het opbouwen zijn. Zo kan het zijn dat de leerlingen een oplossing moeten vinden voor het probleem dat ze een snel stromende rivier moeten overbruggen om ergens te komen. Via een aantal stappen, waaronder het tekenen van een voor-, een zij- en een bovenaanzicht, gaan ze naar de uitvoering. Eer worden twee manieren van 3D ontwerpen aan geboden. Via 123Design op de iPad en via tinkercad.com op de computer (wel Chrome of Firefox gebruiken). Met name met de iPad is het wel lastig. Tinkercad werkt prima maar vergt toch wel wat oefening. Uiteindelijk was de workshop te klein om echt iets uit te printen. De gevonden filmpje op Youtube waren zeer inspirerend (3D printer op de maan). En ook  het filmpje van de Robohand die Open Source ontworpen is en die je nu zomaar van de Thingiverse site kunt downloaden.

De workshop die Marten bezocht is het beschrijven niet waard. Natuurlijk ontmoette Marten wel weer een hoop leuke Maker Educators.

In de middagpauze interviewde ik de delegatieleider van de Denen die met een indrukwekkende hoeveelheid van 50 mensen naar de VS gegaan zijn (20 op de conferentie). Daar zal ik een aparte blogpost aan wijden.

Na de middagpauze trad er weer een educatorpanel op. Als eerste was Steven Ciampaglia aan de beurt. Hij werkt vanuit een Fab Lab in Chicago met “underprivileged children“. Het project heet Plugin Studio. De kinderen maakten o.a. mooie dingen met karton en Littlebits.

Daarna sprak Sandra Markus van het Fashion Institute of Technology tot ons (zie http://www.sandramarkus.net). Een deftig instituut dat veel tijd en aandacht heeft besteed aan het onderzoeken van de Maker Movement en wat dat voor hun school zou kunnen betekenen. Bekende hackers, kunstenaars en entrepreneurs gaven workshops (waaronder iemand van Shapeways en een held van mij, Becky Stern Director of wearable electronics van Adafruit).

Nancy Ornelas vertelde over een project dat ze doet in Mexico City met willekeurig gekozen leerlingen die dingen gaan maken in een tablab op een universiteit. Deze kinderen, die we zagen in een video waren stuk voor stuk allemaal erg enthousiast (vooral over het gogoboard). Het enige probleem: ze wilden wel langer aan het werk (het was al 80 uur!).

frysklab-bannerBij de vragen kwam een ander interessant punt naar boven: buiten deze conferentie denk je als Maker Educator vaak: “We zijn helemaal alleen.” Op deze conferentie denk je dat iedereen wel weet wat Maker Education is. Dat laatste is natuurlijk niet het geval en we zullen nog een hoop evangelisatie moeten bedrijven. Verder werd het belang van bibliotheken als potentiële Makerspaces benadrukt. Ook mooi om je te realiseren dat leerlingen een enorme sterke kracht kunnen zijn. Leerlingen die toegang tot een Makerspace hebben gehad, vinden dit in het Hoger Onderwijs vaak niet terug. Ze eisen dit dan vaak op. Wij zien dat aan onze oud-leerlingen. Geregeld komt er iemand langs om iets te maken. Mooi.

In de onderzoekersronde daarna was Richard Davids de eerste. Hij onderzocht een klassiek probleem: wat is beter, eerst instructie en dan practicum of juist andersom. De literatuur lijkt te zeggen dat het beter is eerst practicum te doen. Het onderzoek van Richard et al. laat zien dat het iets subtieler is. Het gaat om hoeveel je van wat doet. Zo bleek dat de misconceptie over de weerstand van parallel schakelingen (die kleiner word als je meer weerstanden parallel schakelt) juist groter wordt als je veel serie-schakelingen laat maken en kleiner als je veel parallel-schakelingen laat maken. In dit kader ook interessant, The flipped, flipped classroom.

1Paola Zellner Bassett, van de school of Architecture sprak over de plek van de computer in het ontwerpproces. “Integrating Computing as a Material in Design Education.”

De lezing daarna van Ole Smørdal was saai en voegde niets toe. De volgende van Lorenzo Lucignano was ook niet veel. De laatste werd verzorgd door Ben Leduc-Mills (Dr. Ben) en ging over een open source device om 3D mee te ontwerpen. Dat is heel astig (zo weten wij ook) maar met dit ding, dat voor ongeveer $75 te maken zou moeten zijn gaat het sneller en beter. Er wordt gebruikt gemaakt van geleidraad stof die met de lasercutter heel nauwkeurig kan worden afgesneden. Meer over dit PopCAD ontwerp: : http://benatwork.cc.

Per-Ivar:

Aan het eind van de middag was de ronde tafelsessie. Het gedeelte van het programma waar wij ‘Dutchies’ een bijdrage aan mochten leveren. Het programma was achterop geraakt en de organisatie maakte nog wat fouten waardoor we rommelig begonnen. Uiteindelijk zaten we met vier projecten aan een tafel, samen met een bescheiden groep toehoorders. Paolo leidde deze sessie en de presentaties werden keurig op tijd en op volgorde gedaan. Als eerste was de Braziliaan Roy aan de beurt. Hij vertelde zijn verhaal in het Portugees en dit werd om de zin keurig door, de geboren Braziliaan, Paolo, vertaald. En wat een verhaal had hij te vertellen! Leren is niet zo normaal in Brazilië  dan dat dat is in bv Nederland. Onze Braziliaanse collega doet allerlei toffe projecten, zoals o.a. dingen bouwen met afvalmateriaal, met kinderen die niet meer op school (willen) zitten. Waar vind je kinderen die niet naar school gaan in Brazilië? Juist, op het voetbalveld! Daar verleidt hij kinderen om dingen te maken. Hij maakt daarbij slim gebruik van de beschikbare, afvalmaterialen. Wat een mooi voorbeeld! Wat is er ook veel mogelijk zonder lokaal, met heel weinig middelen. Toch lijken de ervaringen heel erg op elkaar. De leerlingen staan aan. Blijkbaar is het materiaal en de locatie maar beperkt van invloed. Dat heeft mij dit inspirerende verhaal opgeleverd.  Want dat het werkt is zonneklaar. Veel van de leerlingen die hij bereikt, leren door om zo echt verder te komen. Een echte held vind ik…

Marten:

julietNadat Arjan had verteld wat wij op de Populier doen (heel veel, ook naar Amerikaanse maatstaven), vertelde Juliet Wanyiri uit Kenia over Foondi Workshops (foondi=maken). Foondi organiseert workshops op het platteland van Kenia waarbij met behulp van de materialen en middelen die beschikbaar zijn bruikbare dingen worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld een apparaat waarmee een aantal telefoons tegelijk kan worden opgeladen en een blender die aangedreven wordt door een fiets. Ze liet een aantal foto’s zien waarop leerlingen aan het werk zijn en het was indrukwekkend hoe het zelfde soort maak-onderwijs wordt gegeven als bij ons op school, maar dan met heel beperkte middelen. Overigens kunnen ze hulp in de vorm van bruikbare spullen goed gebruiken en we hebben dan ook als voornemen om als dat mogelijk is in overleg het een en ander op te sturen.

IMG_5008Aan de afsluitend keynote van Janet Kolodner zullen we geen woorden vuilmaken. Een blik op de paarse comic sans letters van de presentatie is voor u, lezer , vermoedelijk genoeg.

Marten, Per-Ivar en Arjan

#FABreis 2014 Dag 1

stanfordEen alumnidag op Stanford en een baseball game van de San Francisco Giants, zorgde voor een enorme hoeveelheid auto’s rondom Stanford. Wij gingen dus met de taxi. De wandeling naar Ceras vanaf de plek waar de taxi ons afzette, was al prachtig. Wat een campus! Eucalyptusbomen, palmbomen, een enorme hoeveelheid classicistische gebouwen met namen van de geldschieters erop. Man!

Tsja. En dan de FabLearn conferentie. In de rij voor de inschrijving was het al duidelijk. Allemaal leraren zoals wij. badgeMet kleine en grote Maker Spaces op hun school en hetzelfde enthousiasme als wij hebben. Een fantastische hoeveelheid spulletjes voor iedereen. Een ge-lasercut doosje gemaakt door gastheer Brogan Miller, een batterypack voor een USB-apparaat (zoals je telefoon) en geestige muntjes die je aan je badge kon doen; als je ze aan je linkerkant van je badge doet, ben je en expert op dat gebied, aan de rechterkant wil je er juist iets van weten (check de foto hiernaast, dan snap je het wellicht).

De chair van de conferentie, Paulo Blikstein opende de conferentie met een Keynote waarin hij zijn hart luchtte. Niet zoals de afgelopen jaren keurig wetenschappelijk maar vanuit de onderbuik. “I have a gut, and I have feeling, so here is my gut feeling.” Paulo meent dat we de unieke kans hebben om het DNA van Maker Education te ontwerpen. “Now is the time.” Maar eerst moeten er dan vijf obstakels uit de weg worden geruimd.

  • Diversiteit. Maker Education lijkt nu nog vooral goed te zijn voor geprivilegeerde kinderen, voor kinderen die toch al alles mee hebben. We moeten ervoor zorgen dat #makered het gat tussen “haves” and the “have-nots” verkleint i.p.v. vergroot.
  • Gebrek aan onderzoek. Wellicht wat prekend voor eigen parochie pleitte Paulo voor veel meer onderzoek. En “Evaluatie is geen onderzoek“. Op Castilleja, een meisjesschool in de plaats waar we zijn, Paulo Alto, is een fulltime onderzoeker actief.
  • Drie culturen. Er zijn drie culturen te onderscheiden in de Maker Movement die een potentieel gevaar kunnen opleveren. Ten eerste “Product before process“, dus sturen op mooie, “flashy“, affe producten. In het onderwijs gaat het altijd om het proces. Ten tweede de “hackerculture“, “sink or swim“, “autodidactism“. Er zijn veel leerlingen die helemaal geen hacker zijn, die Maken moeten leren. Van een leraar. Ten derde de “thirty minute workshop“.  We nemen veel te weinig tijd voor dit soort onderwijs; het moet in een lesuur passen. Dat is niet goed.
  • Instituten. Er zijn nu al veel instituten die geld proberen te verdienen aan The Maker Movement, zoals O’Reilly, de uitgever van het geweldige blad Make en organisator van de immens populaire Maker Faires. Daar is niet echt was mis mee, maar onderwijs heeft andere doelen en dat kan wrijving opleveren. daar moeten we rekening mee houden.
  • Banen of een Geweldig idee. Vaak wordt voor het invoeren van Maker Education het argument gebruikt dat het belangrijk is om leerlingen op te leiden voor de banen van de toekomst. Dit is volgens Paulo heel gevaarlijk. Want dart maakt het gevoelig voor mode-verschuivingen. Maker Education is van zichzelf een goed idee en heeft dit niet nodig. Je geeft ook geen muziek om iedereen een muzikant te laten worden; of gym om iedereen een topsporter te maken.

Als we het onderwijssysteem willen veranderen om Maker Education de plaats te geven die het verdient, moeten we, als leraren, zelf het onderwijs veranderen en dat vooral niet aan mensen daarbuiten overlaten. En Paulo ziet een unieke kans, waarbij we het niet moeten laten lopen, het laten verworden tot de volgende hype. “We have a chance to design the DNA of Maker Education.blikstein2

En toen was de dag nog maar net begonnen. De workshops daarna waren interessant, wellicht nog meer vanwege de gave contacten die je opdoet.

Marten:

Eén van de workshops van vanochtend werd gegeven door twee Denen van een science center uit Silkeborg (Denemarken). Met leerlingen van heel uiteenlopende leeftijden (va. 8 jaar) etsen ze glas, waarbij ze de leerlingen eerst een sjabloon laten ontwerpen en het vervolgens uitsnijden met een vinylcutter. Het sjabloon plak je op iets van glas (glazen plaatjes of een limonadeglas) en vervolgens smeer je er etspasta op (gewoon bij amazon te koop). Na een kwartier maak je het glas schoon en heb je een glas met eigen ontwerp er op geëtst. Het geeft heel mooie resultaten en is eigenlijk heel makkelijk.

Per-Ivar:

Bezocht de workshop ‘Pedagogy of hybrid fabrications and lost trades’ Op de universiteit van Kentucky experimenteert men met het gebruik van 3d-printers. Ook zij vinden dat het lastige apparaten zijn om mee te werken. Er is een stevige ‘workflow’ nodig om een bruikbaar resultaat te krijgen. Dit kost veel tijd maar de mogelijkheden zijn wel eindeloos. Men gebruikt een verhalende vorm om studenten aan het ontwerpen te krijgen. Van een oud schip ontbreken de onderdelen en de kennis om nieuwe onderdelen te maken is met de werklui mee het graf in gegaan. Maak dit onderdeel opnieuw met gebruik van nieuwe technieken zoals een 3D-scanner en een 3D-printer. De studenten maken gebruik van software die gebruikt wordt in de industrie zodat ze een idee krijgen van wat er na hun opleiding mogelijk is. Het nadeel is dat de software een steile leercurve heeft. “It looks like a dashboard of a Boeing”. Veel spelen met het programma is het devies. Wanneer een reproductie gelukt is van een onderdeel is het jammer om er maar één stuk van te maken. Op de universiteit zoeken ze manieren om meer stuks te produceren. Met het 3d-printen van een stuk en daarna met een speciale techniek omzetten tot een ceramische mal lukt het om een serie metalen replica’s te maken. Zo komen oude en nieuwe technieken samen.

Arjan:

Zo deed ik een workshop bij Gary Stager over LittleBits (die wij al een tijdje gebruiken op De Populier) en ik probeerde daar samen met Erin Riley de Arduino-bit aan het werk te krijgen met Scratch. Dat lukt maar half maar leverde een mooi gesprek op. En zoals altijd was Gary goed voor een paar stevige quotes. Zo is hij nog helemaal niet tevreden over de kwaliteit van de LittleBits en realiseert hij zich heel goed hoe het vaak werkt in onderwijs: je moet in een keer de goede aankoop doen; je hebt geen kans om het nog een keer te doen.

Een lekkere lunch met wederom leuk praatjes en in het kwartiertje dat overbleef ging Per natuurlijk lekker knutselen met de bouwstenen van hout die daarvoor waren neergelegd. Deze bouwsten kun je ook met kopertape, een batterij en een LEDjes hacken. Hoogtepunt was het bezoek van de Chair, Paulo Blikstein. : “I had to see the guys from The Netherlands.

maken2In de middag waren er drie gezelschappen: docenten, onderzoekers en leerlingen. Het was eigenlijk wel mooi om te zien dat de dingen die de docenten met hun leerlingen doen heel vaak dingen zijn die wij al best lang met onze leerlingen doen. Er zijn wel interessante observaties te maken. Het is bijvoorbeeld wel echt noodzakelijk om leraren op te leiden voor hun taal als Maker Educator. En om een Maker Space op je school te laten slagen, heb je een kritische massa van mensen nodig die de machines kunnen bedienen (hoe groot die massa is, werd niet verteld).

 

maken1De praatjes van de onderzoekers die daarna aan de beurt waren, waren van wisselende kwaliteit. Sociaal onderzoek is voor bèta’s zoals wij altijd wat lastig te begrijpen. Na drie praatjes was het de beurt aan Gary Stager die ironisch werd aangekondigd als de man zonder enig charisma. Wat een bulldozer! Met glasheldere argumenten en om de zin een onliner, legt Gary de problemen van het huidige onderwijssysteem bloot. “Quote van Papert: we leren de kinderen een miljardste van onze gezamenlijke kennis en we ruziën over welk miljardste deel.”  En: “Making is a stance – a way of preparing kids to solve problems in ways their teachers never anticipated.De volledige, duizelingwekkende tekst is hier te lezen (geen slides).

De kinderen die daarna aan de beurt waren om te vertellen over hun Maak wederwaardigheden waren aandoenlijk. Dapper sprekend voor zo’n congres. Niet elk project is indrukwekkend maar ze vertelden er zeer enthousiast over. Zo vertelden Jesus en Miguel over hun avonturen in het FABLab van Stanford. Twee highschoolstudenten van vermoedelijk Mexicaanse komaf helpen de lab manager bij zijn werkzaamheden. Het kunstproject dat ze ontwierpen en op de 3D printer afdrukten zag er indrukwekkend uit.

De borrel na afloop werd hilarisch toen de Amerikanen erachter kwamen dat wij met de leerlingen bier brouwen op school. “Really?REALLY?” Voor de doodsbenauwde Amerikaanse leraren volstrekt idioot. Maar de educatieve waarde begrepen ze meteen. En ze willen nu allemaal graag op bezoek komen.

panoMarten, Per-Ivar en Arjan

 

#FABreis2014 Amsterdam-London-San Francisco

IMG_4938Om 3.00 uur ’s nachts ging de wekker. Als nerd ga je natuurlijk rekenen. Het is in San Francisco 9 uur vroeger. Je reist met de zon mee. Dat wordt een lange dag: Als we om 22.00 uur San Francisco tijd naar bed gaan is dat 22-3+9 = 28 uur later. Dus 7.00 uur de volgende ochtend in Den Haag tijd. Afijn. In Londen zagen we het eerste teken dat het deze week echt om #makered gaat: een mooi boek om kinderen te leren programmeren.

monorailIn Londen moesten we overstappen. Ook van het aankomstgebouw naar het vertrekgebouw. Over het platform lopen gaat niet natuurlijk. Dus daar rijdt een monorail. Mooi ding en niet de laatste monorail, zo bleek.

Helaas waren we een touwtje en een een gewichtje vergeten, zodat we niet de versnelling van de Boeing 747-400 konden bepalen. versn
Een gemiste kans! Misschien op de terugweg. Voor diegenen die zich afvragen hoe dat zou kunnen. Zie hiernaast.

Op Heathrow reden we met het taxiën langs een schitterende Concorde. Dit machtige apparaat stamt al uit 1969 en is nog steeds adembenemend mooi. De concorde vloog op 18 km hoogte (vs 10-12 km van nu) en haalde een kruissnelheid van mach 2 (twee keer de geluidsnelheid). In het vliegtuig hebben we meermalen gewenst dan onze Boeing 747 een Concorde was geweest… Dan waren we al na 4,5 uur in San Fransisco aangekomen. Helaas staat deze vogel, vandaag op de kop af, elf jaar aan de grond en zullen jullie het met een fotootje moeten doen.

concorde

 

 

 

Krap zitten, vervelende t**ing kinderen achter je die tegen je stoel aanschoppen, eten dat niet echt lekker wil zijn, de gang naar de wc die door iedereen wordt gezien, kloppende oren. Het mocht de pret niet drukken: wij gaan naar Amerika! Jahoe! En dan het uitzicht.

foto-5Door het feit dat de aarde bolvormig is, is de kortste route vanzelfsprekend altijd via de grootcirkel. Die grootcirkel leidde ons langs IJsland en Groenland. Prachtig! IJsvlakten en gletsjers. Vanuit het vliegtuigraampje best lastig te fotograferen maar hiernaast zie je toch de schoonheid van Groenland, waarschijnlijk.

Marten legt zicht tijdens de reis toe op portretten. En tja, wat is er dan niet gemakkelijker als het keuzen van je buurman. Jijzelf en ik, Arjan, was dus aan de beurt. Grote bewondering natuurlijk. Want wie kan dat nou zo goed als Haas!

foto

foto-2

 

 

 

 

 

 

 

jeepNa 11 uur in het vliegtuig gezeten te hebben, is het fijn om eruit te stappen. De heren Kloen en Hazelaar beleefden nog een spannend moment toen bleek dat de appels die zij nog in hun tas hadden als illegale waar wordt bestempeld in de wat nerveuze VS. Maar toen zij die appels “surrenderden” mochten ze eindelijk doorlopen. In Amerika! Met de tweede monorail van de lange dag reden we naar het autoverhuurbedrijf.  Daar kwam de Amerikaanse  kers op de taart: een prachtige zwarte Jeep die door Marten direct als “wanstaltig” werd bestempeld.

IMG_4980Het hotel in Palo Alto werd snel gevonden, we aten wat bij een Mexicaans restaurant waar de porties Amerikaans monsterlijk waren en de refills maar bleven komen. Wel mooi dat ze een echt #makered schilderij aan de muur hadden, met 3D en lichtjes!

Morgen start de @FABlearn conferentie! Daar lees u later meer over!

Marten, Per-Ivar en Arjan

#FABreis2014 De vragen.

qmarkOp vrijdag 24 oktober vliegen we naar San Francisco om op zaterdag en zondag de FABlearn-conferentie bij te wonen en bij te dragen aan een rondetafelgesprek. In de week erna bezoeken we Pier 9 (Maker Space) het Exploratorium (Sciencemuseum met veel tinkering) en High Tech High (school die al jaren bezig is met Maker Education).

Vanzelfsprekend hebben wij vele vragen die we beantwoord zouden willen zien:

  • Moet elke leerling van elke leeftijd in elk schooltype leren Maken?
  • Moet Maken een vak worden of moet et geïntegreerd worden in elk vak, of…?
  • Is het nodig dat elke school een eigen Maker Space krijgt?
  • Wat is een minimum pakket dat je moet hebben in een school om goede Maker Education te geven?
  • Hoe kun je docenten verleiden en daarna opleiden om Maker Educator te worden?
  • ….

We hebben nog veel meer vragen maar willen jullie, enthousiaste en uiterst kritische volgers van Maker Education vragen of jullie nog vragen voor ons hebben. Welke vragen zou jij beantwoord willen zien? Wat is de vraag? Wij zullen proberen deze vragen mee te nemen en beantwoord te krijgen. We beloven niks behalve dat we het zullen proberen uit te zoeken.

Dus: stel hieronder, in het commentaar een vraag, of doe dit via twitter, via een @reply aan @arjanvandermeij, @___pi en/of @mhazelaar liefst met de hashtag #FABreis2014. We zijn benieuwd!