Categorie archief: leren

Netwerk leren: de resultaten

Een aantal weken terug had ik een idee dat uitgewerkt werd tot een experiment. Ik was nieuwsgierig of mijn leerlingen hun netwerk weten in te zetten om te leren. Het is een poging om grip te krijgen op een idee van “Learning over Education” zoals ik dat las in het boek “Whiplash: How to Survive Our Faster Future” van Joi Ito. Het houdt me bezig en misschien wel daarom kom ik het op verschillende plekken tegen. In deze quote van Mitch Resnick uit dit stuk bijvoorbeeld.

Too often, kids are led into situations where there’s one correct solution and one path for getting there, and that’s not a very good foundation for developing as a creative thinker. But a blank slate can also be intimidating. We’re always trying to provide kids with opportunities to decide on their own goals and pathways, but also enough structure to help them succeed.

Ik denk dat dit een uiting van hetzelfde idee. Iets waar ik binnen het maakonderwijs ook tegenaan loop. In deze eerdere blogpost probeer ik daar handvatten voor de les aan te geven.

Op twitter had ik een discussie, of beter een gesprek, waar ook weer hetzelfde idee terug komt. Je kunt het draadje hier oppikken.

In het boek zeggen ze dat alle principes samenhangen en dat alles samen “Learning over Education” tot gevolg heeft. Alle principes dragen hieraan dus bij.

Hier zijn ze nog een keer:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Diversity over abillity

De toets

Zoals aangekondigd heb ik de toets ‘afgenomen’ op geplande datum. Ik heb een dubbeluur gebruikt omdat ik niet zeker was hoe lang de leerlingen nodig zouden hebben om na te kijken. Bij binnenkomst heb ik alle leerlingen per versie in een rij gezet. Ik had drie versies gemaakt dus in een klassiek lokaal komt dat heel goed uit. Drie rijen van 10 lln. De toets was met opzet lastig. Hierna heb ik elke rij een andere versie gegeven met een versie van de toets waarmee ze kunnen nakijken. Dit was een lege toets waar ze de punten op kunnen scoren en waar ze bij een fout antwoord feedback kunnen geven. Op de originele toetsen wordt niet geschreven.

Tijdens de toets heb ik de leerlingen een online enquête gestuurd. Wanneer ze klaar waren leverden ze de toets in en vulde de enquête in. Ik heb de toets nagekeken en daarna gekeken hoeveel hun cijfer van mijn cijfer afzit. Dit is het tweede cijfer dat leerlingen verdienen. Voor elk 0,5 punt dat je van mijn cijfer afzit lever je een punt in.

Ik geef de leerlingen die dat willen nog een herkansing. Het was per slot van rekening een experiment.

De resultaten

Hieronder volgen de resultaten van de toets en de enquete:

  • leerlingen voorspelden een 7 gemiddeld, het gemiddelde was een 6,9
  • Voor het nakijken scoorden de leerlingen een 7,1 gemiddeld.
  • 61,5% vond de toets moeilijk tot zeer moeilijk
  • 57,7% vond de opdracht leuk tot zeer leuk om te doen
  • 73% vond de opdracht duidelijk tot zeer duidelijk.
  • biologieboek (92,3%), medeleerlingen (84,6%) en websites (57,7%) zijn de voornaamste bronnen
  • 42,3% staat negatief tot zeer negatief tegenover het herhalen van dit experiment.

Ik heb ook nog wat open vragen gesteld. Om deze blogpost enigszins leesbaar te houden en omdat dit niet een goed onderzoek is maar een verkenning heb ik een aantal typerende opmerkingen per vraag weggegeven.

Wat heb je geleerd?

  • Dat het toch geen hele goede manier van een toets maken is. Het is makkelijker als we gewoon uitleg krijgen.
  • Vrij weinig. Dat je met elkaar makkelijker een toets maakt dan alleen.
  • Ik snap het nu beter omdat ik meer met andere mensen heb gepraat en daardoor meer snap.
  • De stof beter geleerd, dieper op ingegaan.

Een groot voordeel van deze manier van werken is:

  • Je gebruikt andere bronnen om te leren.
  • Meer tijd om je echt in een vraag te verdiepen en zo meer kans te hebben om hem goed te kunnen beantwoorden.
  • Dat er minder stress is voor de toets.
  • Je kunt samen discussiëren en samen op een antwoord komen.

Het nadeel van deze manier van werken is:

  • Aan mij werden alle antwoorden gevraagd.
  • Het nakijken is heel lastig.
  • Je kan er mee weg komen niet te leren, het ligt aan jou of je de opdracht goed uitvoert of niet, doe je dit wel dan leer je een hoop.
  • Verantwoordelijkheid ligt bij jezelf (kan ook goed gevonden worden).

Wat ik nog vertellen wil, is:

  • Misschien is het handig om de toets op deze manier te maken als een soort van eerste toets/ diagnostische toets die niet heel vaak meetelt en het dan niet door ons te laten nakijken.
  • Ik vind het heel nuttig en leerzaam om te doen. Zeker nog een keer doen!
  • Dat het nakijken heel lastig is omdat je dan andere moet controleren waar ik zelf heel slecht in ben en in uitleggen
  • Nooit meer

Observaties

Tijdens het experiment heb ik wat observaties vastgelegd. Hier volgen er een paar:

  • Nakijken is ook een vaardigheid.
  • Ik krijg heel veel vragen.
  • Er is veel discussie onder de leerlingen.
  • Binnen de versies neigen de antwoorden meer naar elkaar.
  • De opdracht werd vaak individueel aangepakt.
  • Nakijken duurt net zo lang als het SO maken zelf terwijl alle vragen bekend zijn.
  • Leerlingen hebben meer moeite met handschriften dan ik.
  • De leerlingen met veel inzicht zijn goed in nakijken.
  • Hard werken wordt beloond. Door alle vragen voor te bereiden kun je er ook komen.
  • De vragen die ik krijg, zijn gericht op begrijpen i.p.v. een antwoord.
  • Het cijfer voor de toets komt heel vaak overeen met het cijfer voor het nakijken.

Conclusie

Het is natuurlijk lastig echte conclusies te trekken. Het zijn indrukken. Ik ben verrast. De leerlingen zetten veel minder hun netwerk in dan ik dacht. Ze zijn er niet handig in.  Eigenlijk pakken ze het op zoals het normaal ook zouden doen. Zelf hard ploeteren met de vertrouwde middelen, je boek, websites en je klasgenoten. Geen “Disobedience over compliance”, geen “Risk over safety”. Ik had gehoopt dat ze wellicht als groep de opdracht zouden oppakken. Wanneer je creativiteit als groepskwaliteit beschouwd, zoals in dit interessante artikel (dat ik via mede Fablearn Fellow Anne Bown-Crawford las), was dat goed mogelijk geweest. Als klas drie nakijkmodelen maken bijvoorbeeld. Geen “Systems over objects”. Harde werkers en volhouders kwamen wel bovendrijven. Dus “Resilience over strength”.

Ik zou het nog eens moeten doen. Ik heb nog nooit zoveel goede vragen gehad. De leerlingen waren echt gemotiveerd te vragen te snappen i.p.v. alleen de goede antwoorden vinden. Waar zit het hem dan in?

Het natuurlijk ook veel gevraagd om te verwachten dat ze alles zomaar anders zouden doen. Toch houden de principes me bezig. Door het nu een klein beetje anders te doen, nog steeds binnen de lijntjes van het klassieke systeem, komt er toch iets los.

De resultaten waren ook goed, iets hoger dan normaal. De verdeling was ook normaal. Er zijn ook nog steeds onvoldoendes. Maar het belangrijkste verschil is, denk ik, dat we met elkaar in gesprek zijn geraakt over de stof en over het leren. Dat is toch wat ik het mooiste vind, leren met je leerlingen.

Per-Ivar

Een experiment: netwerk leren

Aanleiding

In de kerstvakantie lukte het me weer eens om een boek te lezen. Ik had net “Whiplash” binnen. Een boek van Joi Ito, de directeur van het beroemde MIT Media Lab. Meestal belanden dit soort boeken, na wat scannen, op een stapel. Er is een Japanse term voor. Die ben ik vergeten. Hij beschrijft negen principes waarmee het Media Lab werkt en waarvan hij denkt dat ze in de toekomst voor iedereen een grote rol gaan spelen. Ze zijn allemaal uitgebreid beschreven maar je krijgt snel een idee wanneer je het volgende lijstje ziet:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Learning over education

Op de facebook-pagina zijn het er nu 10. Het is zelfs een movement 😉

Het eerste waar ik aan bleef hangen wat “Learning over education“. Vaak vertaald met “Onderwijs is wat een andere je aandoet, leren is wat je jezelf aandoet.” Blijkbaar doet leren een beetje pijn. Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens. Frustratie is wat mij betreft een uiting van die pijn. Doe ik aan educatie of laat ik ze leren? Kan je wel leren zonder educatie? Hoeveel educatie heb je nodig om te kunnen leren? Wat leren mijn leerlingen dan eigenlijk echt? Deze laatste vraag houdt me meer en meer bezig.

Het tweede waar ik aan bleef hangen is het idee van “Pull over push“. Dat kan je, net als alle andere principes, op verschillende manieren opvatten. Wat mij raakte is dat het leren bij MIT in een sociaal netwerk plaatsvindt. Je begint aan iets dat je interessant vindt wat niet persé je vakgebied is (pull). Je gaat pas op zoek naar kennis wanneer je het nodigt hebt (pull). Hierbij gebruik je je netwerk. Ik kan me voorstellen dat dat voor een plek als Boston geen probleem moet zijn. Toen ik het hier met Rolf over had, herkende hij het direct. “Zo leer ik ook.” Maar hoe zit dat met mijn leerlingen? Gebruiken zij hun netwerk wanneer ik ze de kans geef? Toen deze vraag zich opdrong, legde ik het boek neer en noteerde een plannetje in Evernote om dit te onderzoeken. Anders dan de meeste ideeën, werk ik dit idee uit. “Practice over theory“.

Idee en uitwerking

In HAVO 4 vertelde ik dit idee. Omdat ik net een schriftelijke overhoring wilde opgeven, zei leerling Laura: “Waarom doen we het niet gelijk?” HAVO 4, een examenonderdeel…maar hey, “risk over safety“. Zo leren we samen vast iets.
Hieronder staat de tekst die ik aan de leerlingen geef.

Een experiment

Vooraf
In tegenstelling tot normaal krijg je vooraf de schriftelijke 
overhoring die ik anders zou gebruiken als toets. Je krijgt twee 
weken de tijd om de antwoorden voor het SO te vinden. Je mag je 
hele netwerk gebruiken, inclusief je boek en docent. Als je 
netwerk te beperkt is, breid je dat uit zodat je de kennis vindt. Of je wil samenwerken laat ik aan jullie over. Iedereen levert 
zelf een toets in, de antwoorden zijn in jouw handschrift.

Inleveren
Op de dag dat je het moet inleveren staat er een SO in Magister 
met de stof die erbij hoort. Tijdens dat uur kijk je een toets van
een medeleerling na. Je geeft een een cijfer dat je vaststelt met de norm. Wanneer een antwoord fout is geef je daarnaast ook
feedback wat er fout is.

Beoordeling
Alle toetsen worden door mij nagekeken. Je cijfer wordt bepaald 
door de toets (door mij nagekeken) en jouw beoordeling van een 
medeleerling. Daarnaast moet je feedback hebben gegeven. Hoe 
verder je nakijkwerk afzit van het ‘echte cijfer', hoe lager je
eigen cijfer. We spreken af 1 punt per halve punt afwijking. 
Dus de toets is een 8 waard en jij komt op een 6. Dan heb je voor nakijken een 6 (10-(2/0,5)). Jouw beoordeling en jouw toets tellen even zwaar.

Netwerk leren?

Het is geen goed onderzoek. Het is een verkenning. “Compass over maps”. Ik heb maar drie versies gemaakt van de toets (het plan was vijf). Het kostte nog best was tijd om toetsen te maken. Ze zijn moeilijk. De toetsen heb ik bewust niet gelijk gemaakt. Het aantal vragen verschilt, het aantal meerkeuzevragen ook. Er zijn vragen die op elkaar lijken en die in de ene versie open zijn en de andere een meerkeuzevraag. Allemaal dingen die ze, wanneer ze het met elkaar gaan doen, moeten opvallen en waar ik hopelijk vragen over krijg. Zo krijg ik een beetje een idee hoe ze het netwerk in de klas inzetten. Rolf deed me nog het idee aan de hand dat ik de bronnen moet navragen. Dat is een heel goed idee. Toch heb ik dat weggelaten. Ik wil het proces niet teveel in de weg zitten. Ik denk dat ik ze achteraf bevraag met een kleine enquête.

Het gebeurt wel vaker dat ik dit soort experimentjes doe. En om het leren voor mij ook sociaal te maken, schrijf ik deze blogpost. Voel je dus vooral vrij te reageren! Graag!

Per-Ivar Kloen
Twitter: @___pi

Wat ga jij leren maken in 2017?

Hopeloze romanticus als ik ben, denk ik vaak aan de beginscene van mijn favoriete kerstfilm “Love Actually”. De film is een eerbetoon aan de kracht van liefde en ontroerend en geestig tegelijkertijd.

De voice-over is van Hugh Grant, die de Prime Minister speelt:

Whenever I get gloomy with the state of the world, I think about the arrivals gate at Heathrow airport. General opinion started to make out that we live in a world of hatred and greed, but I don’t see that. Seems to me that love is everywhere. Often it’s not particularly dignified or newsworthy but it’s always there. Fathers and sons, mothers and daughters, husbands and wives, boyfriends, girlfriends, old friends. When the planes hit the Twin Towers, as far as I know, none of the phone calls from people on board were messages of hate or revenge, they were all messages of love. If you look for it, I’ve got a sneaky feeling, you’ll find that love actually is all around.

Klik hier om deze scene te zien.

Er is veel sips om ons heen. Veel mensen zijn boos, angstig, bezorgd. Ik hoef jullie niet de gevolgen van deze gevoelens te vertellen.  Nu kun je bij de pakken neer gaan zitten en sip in je glas kijken. Maar dat lijkt me niet productief. Wat dan?

Goede voornemens

Iets leren! Ergens beter in worden, iets plotseling kunnen. Dat is wat mij altijd weer vooruit helpt. Niet zo gek dat ik dan leraar ben, natuurlijk.  En dus ga ik jullie een vraag stellen:

Wat zou je willen leren maken in 2017?

Misschien wil je eindelijk leren lassen? Of, zoals ik ik, naaien op de naaimachine. Of wil je eindelijk die Arduino eens onder de knie krijgen? Of wil je juist aan de slag met hout? 

We gaan je ook helpen. We verzamelen alle tweetjes, comments, mails met jullie voornemens en zullen jullie daar af en toe aan herinneren. Vriendelijk hoor, wees gerust. Het is dan dus wel van belang dat we je contactgegevens hebben. Als je tweet met de hashtag #lerenmakenin2017 dan komt het in orde natuurlijk. Je kunt er ook voor kiezen om hieronder het formulier in te vullen.