Categorie archief: onderzoek

Netwerk leren: de resultaten

Een aantal weken terug had ik een idee dat uitgewerkt werd tot een experiment. Ik was nieuwsgierig of mijn leerlingen hun netwerk weten in te zetten om te leren. Het is een poging om grip te krijgen op een idee van “Learning over Education” zoals ik dat las in het boek “Whiplash: How to Survive Our Faster Future” van Joi Ito. Het houdt me bezig en misschien wel daarom kom ik het op verschillende plekken tegen. In deze quote van Mitch Resnick uit dit stuk bijvoorbeeld.

Too often, kids are led into situations where there’s one correct solution and one path for getting there, and that’s not a very good foundation for developing as a creative thinker. But a blank slate can also be intimidating. We’re always trying to provide kids with opportunities to decide on their own goals and pathways, but also enough structure to help them succeed.

Ik denk dat dit een uiting van hetzelfde idee. Iets waar ik binnen het maakonderwijs ook tegenaan loop. In deze eerdere blogpost probeer ik daar handvatten voor de les aan te geven.

Op twitter had ik een discussie, of beter een gesprek, waar ook weer hetzelfde idee terug komt. Je kunt het draadje hier oppikken.

In het boek zeggen ze dat alle principes samenhangen en dat alles samen “Learning over Education” tot gevolg heeft. Alle principes dragen hieraan dus bij.

Hier zijn ze nog een keer:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Diversity over abillity

De toets

Zoals aangekondigd heb ik de toets ‘afgenomen’ op geplande datum. Ik heb een dubbeluur gebruikt omdat ik niet zeker was hoe lang de leerlingen nodig zouden hebben om na te kijken. Bij binnenkomst heb ik alle leerlingen per versie in een rij gezet. Ik had drie versies gemaakt dus in een klassiek lokaal komt dat heel goed uit. Drie rijen van 10 lln. De toets was met opzet lastig. Hierna heb ik elke rij een andere versie gegeven met een versie van de toets waarmee ze kunnen nakijken. Dit was een lege toets waar ze de punten op kunnen scoren en waar ze bij een fout antwoord feedback kunnen geven. Op de originele toetsen wordt niet geschreven.

Tijdens de toets heb ik de leerlingen een online enquête gestuurd. Wanneer ze klaar waren leverden ze de toets in en vulde de enquête in. Ik heb de toets nagekeken en daarna gekeken hoeveel hun cijfer van mijn cijfer afzit. Dit is het tweede cijfer dat leerlingen verdienen. Voor elk 0,5 punt dat je van mijn cijfer afzit lever je een punt in.

Ik geef de leerlingen die dat willen nog een herkansing. Het was per slot van rekening een experiment.

De resultaten

Hieronder volgen de resultaten van de toets en de enquete:

  • leerlingen voorspelden een 7 gemiddeld, het gemiddelde was een 6,9
  • Voor het nakijken scoorden de leerlingen een 7,1 gemiddeld.
  • 61,5% vond de toets moeilijk tot zeer moeilijk
  • 57,7% vond de opdracht leuk tot zeer leuk om te doen
  • 73% vond de opdracht duidelijk tot zeer duidelijk.
  • biologieboek (92,3%), medeleerlingen (84,6%) en websites (57,7%) zijn de voornaamste bronnen
  • 42,3% staat negatief tot zeer negatief tegenover het herhalen van dit experiment.

Ik heb ook nog wat open vragen gesteld. Om deze blogpost enigszins leesbaar te houden en omdat dit niet een goed onderzoek is maar een verkenning heb ik een aantal typerende opmerkingen per vraag weggegeven.

Wat heb je geleerd?

  • Dat het toch geen hele goede manier van een toets maken is. Het is makkelijker als we gewoon uitleg krijgen.
  • Vrij weinig. Dat je met elkaar makkelijker een toets maakt dan alleen.
  • Ik snap het nu beter omdat ik meer met andere mensen heb gepraat en daardoor meer snap.
  • De stof beter geleerd, dieper op ingegaan.

Een groot voordeel van deze manier van werken is:

  • Je gebruikt andere bronnen om te leren.
  • Meer tijd om je echt in een vraag te verdiepen en zo meer kans te hebben om hem goed te kunnen beantwoorden.
  • Dat er minder stress is voor de toets.
  • Je kunt samen discussiëren en samen op een antwoord komen.

Het nadeel van deze manier van werken is:

  • Aan mij werden alle antwoorden gevraagd.
  • Het nakijken is heel lastig.
  • Je kan er mee weg komen niet te leren, het ligt aan jou of je de opdracht goed uitvoert of niet, doe je dit wel dan leer je een hoop.
  • Verantwoordelijkheid ligt bij jezelf (kan ook goed gevonden worden).

Wat ik nog vertellen wil, is:

  • Misschien is het handig om de toets op deze manier te maken als een soort van eerste toets/ diagnostische toets die niet heel vaak meetelt en het dan niet door ons te laten nakijken.
  • Ik vind het heel nuttig en leerzaam om te doen. Zeker nog een keer doen!
  • Dat het nakijken heel lastig is omdat je dan andere moet controleren waar ik zelf heel slecht in ben en in uitleggen
  • Nooit meer

Observaties

Tijdens het experiment heb ik wat observaties vastgelegd. Hier volgen er een paar:

  • Nakijken is ook een vaardigheid.
  • Ik krijg heel veel vragen.
  • Er is veel discussie onder de leerlingen.
  • Binnen de versies neigen de antwoorden meer naar elkaar.
  • De opdracht werd vaak individueel aangepakt.
  • Nakijken duurt net zo lang als het SO maken zelf terwijl alle vragen bekend zijn.
  • Leerlingen hebben meer moeite met handschriften dan ik.
  • De leerlingen met veel inzicht zijn goed in nakijken.
  • Hard werken wordt beloond. Door alle vragen voor te bereiden kun je er ook komen.
  • De vragen die ik krijg, zijn gericht op begrijpen i.p.v. een antwoord.
  • Het cijfer voor de toets komt heel vaak overeen met het cijfer voor het nakijken.

Conclusie

Het is natuurlijk lastig echte conclusies te trekken. Het zijn indrukken. Ik ben verrast. De leerlingen zetten veel minder hun netwerk in dan ik dacht. Ze zijn er niet handig in.  Eigenlijk pakken ze het op zoals het normaal ook zouden doen. Zelf hard ploeteren met de vertrouwde middelen, je boek, websites en je klasgenoten. Geen “Disobedience over compliance”, geen “Risk over safety”. Ik had gehoopt dat ze wellicht als groep de opdracht zouden oppakken. Wanneer je creativiteit als groepskwaliteit beschouwd, zoals in dit interessante artikel (dat ik via mede Fablearn Fellow Anne Bown-Crawford las), was dat goed mogelijk geweest. Als klas drie nakijkmodelen maken bijvoorbeeld. Geen “Systems over objects”. Harde werkers en volhouders kwamen wel bovendrijven. Dus “Resilience over strength”.

Ik zou het nog eens moeten doen. Ik heb nog nooit zoveel goede vragen gehad. De leerlingen waren echt gemotiveerd te vragen te snappen i.p.v. alleen de goede antwoorden vinden. Waar zit het hem dan in?

Het natuurlijk ook veel gevraagd om te verwachten dat ze alles zomaar anders zouden doen. Toch houden de principes me bezig. Door het nu een klein beetje anders te doen, nog steeds binnen de lijntjes van het klassieke systeem, komt er toch iets los.

De resultaten waren ook goed, iets hoger dan normaal. De verdeling was ook normaal. Er zijn ook nog steeds onvoldoendes. Maar het belangrijkste verschil is, denk ik, dat we met elkaar in gesprek zijn geraakt over de stof en over het leren. Dat is toch wat ik het mooiste vind, leren met je leerlingen.

Per-Ivar

Een experiment: netwerk leren

Aanleiding

In de kerstvakantie lukte het me weer eens om een boek te lezen. Ik had net “Whiplash” binnen. Een boek van Joi Ito, de directeur van het beroemde MIT Media Lab. Meestal belanden dit soort boeken, na wat scannen, op een stapel. Er is een Japanse term voor. Die ben ik vergeten. Hij beschrijft negen principes waarmee het Media Lab werkt en waarvan hij denkt dat ze in de toekomst voor iedereen een grote rol gaan spelen. Ze zijn allemaal uitgebreid beschreven maar je krijgt snel een idee wanneer je het volgende lijstje ziet:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Learning over education

Op de facebook-pagina zijn het er nu 10. Het is zelfs een movement 😉

Het eerste waar ik aan bleef hangen wat “Learning over education“. Vaak vertaald met “Onderwijs is wat een andere je aandoet, leren is wat je jezelf aandoet.” Blijkbaar doet leren een beetje pijn. Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens. Frustratie is wat mij betreft een uiting van die pijn. Doe ik aan educatie of laat ik ze leren? Kan je wel leren zonder educatie? Hoeveel educatie heb je nodig om te kunnen leren? Wat leren mijn leerlingen dan eigenlijk echt? Deze laatste vraag houdt me meer en meer bezig.

Het tweede waar ik aan bleef hangen is het idee van “Pull over push“. Dat kan je, net als alle andere principes, op verschillende manieren opvatten. Wat mij raakte is dat het leren bij MIT in een sociaal netwerk plaatsvindt. Je begint aan iets dat je interessant vindt wat niet persé je vakgebied is (pull). Je gaat pas op zoek naar kennis wanneer je het nodigt hebt (pull). Hierbij gebruik je je netwerk. Ik kan me voorstellen dat dat voor een plek als Boston geen probleem moet zijn. Toen ik het hier met Rolf over had, herkende hij het direct. “Zo leer ik ook.” Maar hoe zit dat met mijn leerlingen? Gebruiken zij hun netwerk wanneer ik ze de kans geef? Toen deze vraag zich opdrong, legde ik het boek neer en noteerde een plannetje in Evernote om dit te onderzoeken. Anders dan de meeste ideeën, werk ik dit idee uit. “Practice over theory“.

Idee en uitwerking

In HAVO 4 vertelde ik dit idee. Omdat ik net een schriftelijke overhoring wilde opgeven, zei leerling Laura: “Waarom doen we het niet gelijk?” HAVO 4, een examenonderdeel…maar hey, “risk over safety“. Zo leren we samen vast iets.
Hieronder staat de tekst die ik aan de leerlingen geef.

Een experiment

Vooraf
In tegenstelling tot normaal krijg je vooraf de schriftelijke 
overhoring die ik anders zou gebruiken als toets. Je krijgt twee 
weken de tijd om de antwoorden voor het SO te vinden. Je mag je 
hele netwerk gebruiken, inclusief je boek en docent. Als je 
netwerk te beperkt is, breid je dat uit zodat je de kennis vindt. Of je wil samenwerken laat ik aan jullie over. Iedereen levert 
zelf een toets in, de antwoorden zijn in jouw handschrift.

Inleveren
Op de dag dat je het moet inleveren staat er een SO in Magister 
met de stof die erbij hoort. Tijdens dat uur kijk je een toets van
een medeleerling na. Je geeft een een cijfer dat je vaststelt met de norm. Wanneer een antwoord fout is geef je daarnaast ook
feedback wat er fout is.

Beoordeling
Alle toetsen worden door mij nagekeken. Je cijfer wordt bepaald 
door de toets (door mij nagekeken) en jouw beoordeling van een 
medeleerling. Daarnaast moet je feedback hebben gegeven. Hoe 
verder je nakijkwerk afzit van het ‘echte cijfer', hoe lager je
eigen cijfer. We spreken af 1 punt per halve punt afwijking. 
Dus de toets is een 8 waard en jij komt op een 6. Dan heb je voor nakijken een 6 (10-(2/0,5)). Jouw beoordeling en jouw toets tellen even zwaar.

Netwerk leren?

Het is geen goed onderzoek. Het is een verkenning. “Compass over maps”. Ik heb maar drie versies gemaakt van de toets (het plan was vijf). Het kostte nog best was tijd om toetsen te maken. Ze zijn moeilijk. De toetsen heb ik bewust niet gelijk gemaakt. Het aantal vragen verschilt, het aantal meerkeuzevragen ook. Er zijn vragen die op elkaar lijken en die in de ene versie open zijn en de andere een meerkeuzevraag. Allemaal dingen die ze, wanneer ze het met elkaar gaan doen, moeten opvallen en waar ik hopelijk vragen over krijg. Zo krijg ik een beetje een idee hoe ze het netwerk in de klas inzetten. Rolf deed me nog het idee aan de hand dat ik de bronnen moet navragen. Dat is een heel goed idee. Toch heb ik dat weggelaten. Ik wil het proces niet teveel in de weg zitten. Ik denk dat ik ze achteraf bevraag met een kleine enquête.

Het gebeurt wel vaker dat ik dit soort experimentjes doe. En om het leren voor mij ook sociaal te maken, schrijf ik deze blogpost. Voel je dus vooral vrij te reageren! Graag!

Per-Ivar Kloen
Twitter: @___pi

Top 2000: een analyse

Ik heb er al eens eerder over geschreven en vorige jaar wat getweet. Maar ik kan het niet laten. Een paar dezelfde dingen als de voorgaande jaren en wat nieuwe dingen. Gewoon, op grond van de data die beschikbaar is. Ik gebruik de lijst die staat op wikipedia. Ik heb eerst geprobeerd de lijst van de Top 200o zelf te mergen. Die verschilt echter met vorig jaar soms. Zo staat er in de oude lijst bijvoorbeeld wel eens: “Prince” en in de nieuwe “Prince and the Revolution”. En mijn Excel snapt dan niet dat dat hetzelfde is. Uiteindelijk heb ik deze lijst gebruikt. De analyse gaat over de data van 2016 behalve als dat niet zo is. Dan wordt dat aangegeven. Voel je vrij om ook aan de slag te gaan!

Als ik zin en tijd heb, zoek ik wat uit. Dat betekent 
dat dit document groeit. Kom nog eens terug om nieuwe 
dingen te bekijken.

Afijn. Hieronder staat een lijst met zaken die ik tot nu heb uitgezocht. Klik erop en je wordt verder geleid. Als je iets wil weten wat ik kan uitzoeken, hoor ik het wel. Let op: ik gebruik slechts de artiest, de titel en het jaar van uitbrengen. Vetgedrukt is onlangs toegevoegd.

Welke woorden komen het vaakst voor?

Zeker in 2016, toch op wereldschaal een beetje een annus horribilis, vind ik het fijn te zien dat LOVE weer wint.

De meest voorkomend woorden top 20:

Links zie je een overzicht van alle woorden, rechts van de woorden die interessant zijn. Het totaal aantal woorden in de titels van de Top 2000 2016 is 5979.

Zoals gezegd is “love” de winnaar. Musici zijn enorme romantici. Als je zoekt op de website wordfrequency.info zie dat “love” pas op de 391e plek komt in het Engels Corpus. Slechts 0,031% van de woorden is “love” (één op 3200 woorden). In de Top 2000 is dat 1,56%, dus één op de 64 woorden is “love”!

De Nederlandstalige top 20 samenstellen is lastig. Veel woorden in het Engels betekenen ook iets in het Engels. “Lover” bijvoorbeeld. Die haal je er natuurlijk uit: die zal veel vaker in het Engels voorkomen. Maar “me”? en “is”? 

Afijn. Ik heb een poging gewaagd met alleen maar woorden die duidelijk Nederlands zijn (hoewel, “van” is natuurlijk ook een personenbusje,…). In het begin natuurlijk veel algemene woorden. Zoals gezegd missen er een paar, zoals “me”. In mijn eenvoudige Excel-database is niet te vinden of een liedje Nederlandstalig is of niet. Dat zou ik wel kunnen doen maar is wel heel veel werk, denk ik. Later wellicht. 

Het eerste “interessante” woord dat je tegenkomt is “hart”. Wellicht logisch (“Bloedend hart”, “Houten Hart”) maar het is toch opvallend dat het woord “liefde” pas heel veel later komt (op plek 490, slechts in twee liedjes. Welke?) maar dat is natuurlijk niet helemaal eerlijk. In het Engels is “love” ook een woord voor “houden van”. Even gekeken: “hou” komt vier keer voor in de lijst. Maar goed, om een eerlijke vergelijking te maken moet ik weten hoeveel Engelstalige liedjes erin staan en hoeveel Nederlandse.

Kleuren in de Top 2000

Een andere telling die ik gedaan heb, is de telling van de kleuren, althans de Engelse. Ik gebruik een brede definitie van kleuren. “Golden” en “Silver” doen ook mee. “Ruby”, hoewel soms in gebruik als kleur, heb ik niet meegeteld. Als ik het goed zie, wordt deze naam (best vaak trouwens) gebruikt als naam.


Hierboven zie je het spectrum (ik weet, het is niet een echt fysisch spectrum) met de juiste lengtes. Zwart en blauw winnen. Kleuren worden, kennelijk vooral gebruikt in liedjes op een negatieve manier. Mijn lievelingskleur, “orange” komt, als enige kleur uit het spectrum, helemaal niet voor, evenals de niet in het echte spectrum voorkomende “pink”. 

Je ziet hiernaast de precieze percentages van alle kleuren. Ik vond overigens maar 58 keer een kleurnaam.

 

Top 2000 lichaamsdelen

Ook heb ik de lichaamsdelen geteld. Ik heb hierbij het hart (bij elkaar 22x) overgeslagen. Vooral ogen, weinig benen en vier hoofden.

 

 

 

 

 

 

 

Positief/negatief

Uit de Top 2000 valt natuurlijk niet echt het humeur van de samenleving te destilleren maar toch was ik benieuwd naar de balans tussen positieve en negatieve woorden in de teksten. En ja, ik snap dat “nothing” weliswaar negatief is maar in de zin “Nothing compares to you” juist weer positief is. Ik heb echter gewoon geteld omdat de positieve term “everything” in “there goes my everything” juist weer negatief is. Afijn.

 

 

De doden van 2016

Er zijn nogal wat popartiesten gestorven in 2016. Zoals iemand twitterde vanmorgen na het bericht van de dood van George Michael: “Welk festival wordt er in de hemel gehouden?”. Ik heb alle nummers gezongen/gespeeld dor de volgende doden zwart gemaakt:

  • David Bowie
  • Black
  • Glenn Frey (Eagles)
  • Keith Emerson (Emerson, Lake and Palmer)
  • Prince
  • Billy Paul
  • John Berry Beasty boys
  • Leonard Cohen
  • Rick Parfitt (Status Quo)
  • George Michael

Ik had ook wel Toots Thielemans mee willen nemen maar van hem (net zoals van Mieke Telkamp en Eddy Wally) staat geen nummer in de Top 2000. Klik vooral op het plaatje om hem te vergroten. 

Zelfde titels

Tweeduizend liedjes. Dan kun je natuurlijk niet verwachten dat het allemaal andere titels zijn. En dat is ook niet zo. Er zijn vier titels die twee keer voorkomen en er zijn er zelfs twee die drie keer voorkomen: “Crazy” van Seal, Gnarls Barkley en Aersomith en “One” van Mettallica van U2 en van Mary J. Blige (&U2). Queen staat er in feite twee keer in met “Somebody to love”, de tweede keer met George Michael.

De letters van de titels

Vorig jaar had ik al eens opgemerkt dat er slechts één band een palindroomnaam heeft: ABBA. En wat geestig is, is dat uitgerekend deze band één van de twee titels heeft uitgebracht die een palindroom is: SOS! De andere is Mmm mmm mmm van de Crash Test Dummies.

De wedstrijd welke is het lied met de meeste leestekens kent wel drie winnaars: het mooie lied van Ramses Shaffy: “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder” (vijf komma’s), “Turn! Turn! Turn! (to everything there is a reason)” en “Gimme! Gimme! Gimme! (a man after midnight). Die laatste twee hebben beiden drie uitroeptekens en twee haakjes. “In-a-gadda-da-vida” van Iron Butterfly mag er ook zijn met vier koppeltekens.

Ik heb ook gezocht naar titels met getallen in de titel. Na wat opschoonwerk in Excel (alle gewoon karakters en leestekens weg), hield ik 26 nummers over met een of meer getallen in de titel. Daarbij het ik geschreven nummers (“One” bijvoorbeeld) genegeerd. Meerder getallen in een nummer heb ik achter elkaar geplakt. En dan wint Doe Maar met “32 jaar (Sinds 1 dag of 2)”. Wellicht had Bruno Mars moeten winnen: 24k is natuurlijk 24000. Oh nee, Katie Melua. Onbetwist. “Nine million bicycles”. 

Langste en kortste titel

Sommige titels zijn enorm lang, anderen extreem kort. Ook daar heb ik naar gekeken. Hieronder zie je de twee ranglijsten. Grappig: U2 staat in beide lijstje. Een keer met “Still haven’t found what I’m looking for”  en een keer met “Bad”. De Manic Street Preachers hebben de eer met de allermeeste letters in de Top 2000 te staan: 59 bij elkaar met hun nummer: “If you tolerate this your children will be next”. 

Alfabetische titels

Houd je vast. Het wordt nu wel erg nerdy (ga gerust gewoon weer luisteren naar de Top 2000 hoor). Ik heb wat alfabetische testen gedaan. Zoals altijd schatplichtig aan Battus. 

Als eerste gekeken in welke nummers de letters van het alfabet maar een keer voorkomen. Dat zijn er nog best veel trouwens: 240 (12% dus). Bij titels die uit twee letters bestaan is dit niet zo raar natuurlijk. Langere zijn leuker. De langste staan hiernaast. Nummer 1, “Black or white” van Michael Jackson, heeft er 12, de nummers 2 hebben er 11 en de nummers 3 10.

“Lost” van Anouk (nummer 441) en “Biko” van Peter Gabriel (854) zijn de enige nummers met een lengte van vier letters die ook op alfabetische volgorde staan in het woord. Andersom kan ook: de letters staan in omgekeerde alfabetisch volgorde in de titel. Hier vinden we er twee met vijf letters: “Sonne” van Rammstein (nummer 187) en “Wrong” van Novastar. Een eervolle vermelding voor “YMCA” van De Village People natuurlijk. 

Verdeling over de jaren

Een standaardding in de statistiek: verdelingen! Gewoon vergeten tijdens het nerden. Eerst maar eens per jaar. Best interessant:

Rare dingen zitten er in. De eerste in 1939 (Strange Fruit van Billy Holiday) maar daarna in één keer vier! En niet de minste: Johnny Cash, Frank Sinatra en twee keer Elvis Presley. Even tussendoor:

Dat daarna de aantallen stijgen is logisch: de opkomst van de Rock and Roll is daar verantwoordelijk voor natuurlijk. Wel bijzonder: 1979 is het topjaar met 65 liedjes. Dat is er meer dan één per week. Het gemiddelde is zo’n 32 per jaar waarin er minstens één in voorkomt. Verder is 2010 een merkwaardig beroerd jaar: slechts 12 nummers uit de Top 2000 komen uit dat jaar. De jaren 2013 en 2014 hebben evenveel nummers in de lijst en ook best veel: 52. Dat gaat alweer naar de aantallen uit de jaren 70 terug.

De verdeling als je kijkt naar de decennia is weer wat logischer:

Je vraagt je af of dat verandert is in de loop van de top 2000. We gaan het na (kost wel even wat Excel gedoe…).

Als eerste alle uitzendjaren in een grafiek. Een (best mooie) wirwar:

Echt veel informatie is er niet uit te halen. Wel zie je dat het maximum aantal nummers uit een jaar 97 was. Dat was het jaar 1969 in het uitzendjaar 2002. Verder zie je mooi de uitzendjaren aan het einde van de grafiek. Er is daar wel iets opvallend. Je moet wel goed kijken. In 2008 stond er geen enkel nummer uit 2008 in. Maar dat kan kloppen! In 2008 was de 10e aflevering. Je kon toen niet stemmen, de lijst werd gemaakt m.b.v. de voorgaande lijsten. Lees er hier meer over.

Ook leuk om te kijken naar het totaal. Ik heb hiervoor van elk jaar het aantal nummers uitgebracht in een jaar opgeteld over alle 18 edities. Deze verdeling ziet er al bijna “normaal” uit. 

Beste jaar is duidelijk 1969 en slechtste van de “goeie tijd” is 1981.

Misschien wel de mooiste van allemaal is de verdeling per decennium over de verschillende edities. Je ziet de jaren “0” en de jaren “10” beginnen en jaren zestig langzaam uitdoven. De “hik”bij 2008 laat zich verklaren door het feit dat dit een optelling is van de voorgaande negen edities.

De onderstaande grafiek doet hetzelfde maar dan voor elk jaar in plaats van voor elk decennium. Minder goed leesbaar maar esthetisch best fijn. Zoals Per-Ivar (die heel vaak rake dingen zegt) net zegt: “Het langetermijngeheugen van de soort mens in kaart gebracht.” Klik er vooral even op, dan zie je het beter.

Heatmap jaar

En de laatste van dit jaar: een heatmap van het jaar van uitbrengen van de nummers van de Top 2000 van 2016. Hoe lichter hoe jonger (precies andersom als boven dus). Je ziet eigenlijk geen enkele patroon. En dat is mooi. Kennelijk zitten er oude en nieuwe nummers door elkaar heen in de Top 2000. Misschien alleen bij de eerste 100 wat meer oude (donkere nummers). Een mooi nieuw jaar gewenst!

 

Maakbord

tilewallHet Exploratorium is het mooiste Sciencecenter ter wereld. Echt zeker weten doe je dat pas natuurlijk als je ze allemaal bezocht hebt, maar ik bezocht er vele en er kan er geen een tippen aan de op Alcatraz uitkijkende sprankelende maak- en onderzoekfeestplek. Ik was er twee keer en twee keer heb ik met open mond gekeken naar het bord met de verschillende technieken, de “Tile Wall” van Nicole Cartrett, medewerker van het Exploratorium en kunstenaar.

Nu zocht ik al een tijdje naar een mooie slogan die goed vertelt wat we op de Populier de laatste jaren aan het doen zijn. De leerlingen gaan steeds meer maken. Dat wil niet zeggen dat onderzoeken en experimenteren geen onderdeel meer uitmaken van ons programma. Alleen Maken is daar als een belangrijke activiteit bijgekomen. Eigenlijk was het niet zo lastig:

Maak het mee op de Populier!

Laten we vooral niet praten over de kwaliteit van de slogan verder hoor, daar gaat het hier niet om.

Op zondag 10 januari schreef ik een mail naar mijn grote vriend en maakmakker Per-Ivar. Onderwerp: Idee. Met daarin o.a.:

We maken een bord met de slogan erop. Elke letter krijgt een vakje van 12×12 cm. Alle letters moeten even hoog worden: 10 cm en min of meer hetzelfde strakke lettertype. Elke letter wordt gemaakt met een andere techniek.

Per kerende post kreeg ik antwoord: gaan we doen! Daarna mailde ik al mijn collega’s van de hele scienceclub van de Populier. Direct enthousiaste reactie: “Ik doe deze wel!” “Mag ik deze doen?” Zoals dat eigenlijk altijd gaat binnen ons geweldige team.

De beste maker van allemaal, Rolf, deed de technische ondersteuning en opbouw, ik maakte een vel met de verdeling en we gingen aan de slag. Elke dag kwamen er wel een of meer letters los. Sommigen waren gemakkelijk. De 3D-geprinte “P” was een kwestie van downloaden en opplakken en ook de “E” van LEGO ging best snel. Anderen hadden meer voeten in de aarde en kostten een aantal prototypes. Maar, het was een feest! Elke dag een mooie letter erbij, een steeds duidelijker project, gekke ideeën die waar werden gemaakt (licht en beweging), ook wiskunde heeft een plek, harde en zachte technologieën etc., etc., etc. Samen gemaakt!

De technieken op een rijtje (klik op de foto om te vergroten):

IMG_0535De “M” is gemaakt met de vacuümvormer. Eerst is er een letter M vier keer uitgesneden met de lasercutter uit een plaat van 3 mm dik. Die zijn op elkaar geplakt. Daarna zijn de randen wat afgerond met de schuurmachine. Daarna onder de vacuümmachine. Daarbij wordt een laag plastic verwarmd tot het heel zacht is en daarna over de letter getrokken en de lucht wordt eruit gezogen. Dan vormt het plastic zich om de letter heen. Leerlingen gebruiken dit wel om raketten en autootjes te maken, althans de buitenkant.

IMG_0537Een van de favoriete projecten bij Science is “LED-kunstwerken”. Elektriciteit onder de knie krijgen en iets moois maken. Vele gave lampen zijn er de afgelopen door de leerlingen gemaakt. De LED-letter kon niet ontbreken dus. De “A” bestaat uit bijna 50 driekleuren LEDs, Zoveel LEDS trekken een berg stroom: soms meer dan 2,5A

 

 

IMG_0538De “A” van mijn oude duimstok! Opvallend: ik probeerde een nieuwe te kopen bij de lokale ijzerwarenhandel: de gele zijn er niet meer. Meten is natuurlijk heel belangrijk als je iets onderzoekt en iets maakt. Soms kan het snel en hoeft het niet zo nauwkeurig. Dan voldoet een rolmaat of duimstok. Als het nauwkeuriger moet hebben we ook een schuifmaat.

 

 

IMG_0539

Marten Hazelaar is naast een geweldig docent (Docent van het jaar 2003 bijvoorbeeld) ook een kunstenaar. Hij maakt de prachtigste dingen met allerhande grafische technieken. Hier heeft hij de droge naald techniek gebruikt. Deze “K” staat symbool voor de groeiende rol van kunst en “mooi” in de projecten van de leerlingen. En dan is een collega die een zeer verfijnd esthetisch gevoel heeft, heel plezierig.

 

IMG_0540

Op de hiernaast staande foto zie je een vage “H”. Hij is echter geenszins vaag: het zijn 8×8 Neopixels-LEDs. Individueel aanstuurbare gekleurde LEDs aangestuurd door slechts drie lijntjes vanaf de Arduino, de programmeerbare kleine computer die zo belangrijk is in de makerswereld. We gebruiken hier een kleine versie: een Trinket. Die stuurt ook nog ene ander letter aan: de “O”. Leerlingen in de FABklas krijgen Neopixel-les van Rolf.

IMG_0541

Boren! De hele dag door zijn de leerlingen van De Populier dat aan het doen. Grote gaten, kleine gaten, ronde gaten, ellipsvormige gaten (“Houd hem recht!“), nette gaten, slordige gaten. Met een handboormachine of een kolomboor. Zo ook deze “E”.

 

 

 

IMG_0542

De “T” hiernaast is gesoldeerd. Vanaf bijna de allereerste dag dat de leerlingen bij ons komen, doen we dit. In het begin om constructies te maken en later ook om elektrische schakelingen definitief te maken. Het is magisch, het aan elkaar maken van metalen, nog geleidend ook. Een mooie vaardigheid die je echt steeds beter kan als je het vaak doet.

 

 

IMG_0543
Deze “M” ziet er wellicht wat “kinky” uit. De zwarte plastic bandjes die je ziet zijn echter tie-wraps. Een schitterende manier om zaken aan elkaar te maken. En dat moet nog wel eens als je iets aan het maken bent. Soms definitief, soms ook tijdelijk. We hebben altijd een hele grote la tie-wraps in voorraad voor de leerlingen en onszelf.

 

 

IMG_0544Nieten! Naast een welhaast oneindige bron van vrolijke, moedwillige taalmisverstanden (wel nieten of niet nieten) is het een stevige manier om dingen snel te bevestigen. Leerlingen gebruiken dit niet zo vaak. Maar het is fijn om te hebben liggen. Soms is het heel handig: denk aan het snel opspannen van een stukje stof.

 

 

IMG_0545

Er is bijna niemand die kan weerstaan aan dit vrolijke, altijd werkende, je fantasie direct aanzettende speelgoed: LEGO. Al vele jaren doen we mee met de FIRST LEGO league, hebben we een LEGO-extra club die een heel middag geweldige dingen maakt en gebruiken leerlingen het als ze er niet meer uitkomen. Onlangs hebben we een prachtig statusbord gemaakt voor de FABklas van LEGO. Deze “E” is dan ook zeer op zijn plaats hier. Leve LEGO!

 

IMG_0546De “O”. Tja. Die kon natuurlijk niet anders dan aan de wiskunde worden gewijd. En wel aan het mooiste getal dat er bestaat: π. De verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel. De meeste mensen weten: π=3,14. Maar er zijn wel wat
meer decimalen dan dat. Het record staat op 12,1 biljoen (‘trillion” in het Amerikaans). zoveel zijn er niet door de lasercutter in  deze O gegraveerd. Maar wat wel heel gaaf is: deze letter draait! Met een steppermotor wordt elke letter doorgedraaid. Ook aangestuurd door de voornoemde Trinket. Het was nog een puzzel om de Neopixels van de “H” en deze motor tegelijkertijd te laten werken. Maar dat lukt Rolf natuurlijk! (klik op dit kleine plaatje voor bewegend beeld.O

IMG_0547

De “P” is gemaakt met drie verschillende soorten spijkers. Het zou wel eens kunnen lijken dat Maker Education gaat om het gebruik van moderne maakapparatuur zoals de 3D-printer en de lasercutter. En die apparaten helpen zeker. Maar het goede, oude handwerk blijft van groot belang. En het netjes inslaan van een spijker vergt concentratie. Je kunnen concentreren, is voor elke maker van belang, dus ook voor onze makende leerlingen. “Mobiel weg!”

 

IMG_0548Met metaal werken is best lastig. Het is hard, je kunt het niet makkelijk lijmen, zagen gaat ook al niet zo fijn. Maar het is een belangrijk “ingrediënt” van ons moderne leven dus je zult je ermee moeten verhouden. Deze “D” is gemaakt van plaatmateriaal. Onze Scienceleerlingen leren daarmee omgaan maar werken ook met zilver, voor het maken van sieraden. Een zilveren “D” was wat aan de dure kant geweest.

 

IMG_0549De “E” is gemaakt met de vinylsnijder. Net als de de 3D-printer en de lasercutter een apparaat dat een digitaal bestand omzet in een fysiek product. Het is echter niet zo’n bekend apparaat als zijn grote broers. En dat is onterecht! Naast stickers kun je er patronen mee maken voor op stof, circuits mee uitsnijden en nog veel meer. Het werkt best eenvoudig: een mesje gaat over materiaal heen dat heen en weer langs het mesje getrokken wordt.

 

IMG_0550De “P” van Populier is gemaakt met de 3D-printer. Vaak gezien als de ster van Maker Education (wij zien dat anders). Lijn na lijn maakt uiteindelijk een laag en alle lagen samen maken de letter. Het materiaal is PLA: een biologisch afbreekbare stof.

 

 

 

IMG_0551

De hiernaast staande “O” is een armband. Een armband met het planetenstelsel. Ooit gezien bij de Makerfaire in Newcastle zijn we op zoek gegaan naar kralen die enigszins recht doen aan de grootte en vermeende kleur van de planeten. Deze planeten draaien nu overigens wel in een baan. Dat zou niet goed aflopen. Veel leerlingen zijn erg geïnteresseerd in sterrenkunde.

 

 

IMG_0552

Ook breien is Maken. Sterk, warm, mooi vaak. De “P” hiernaast is gemaakt van vier gebreide lapjes. Voor sommigen doet dit denken aan “textiele werkvormen” die we vroeger op school kregen. Waarom is dit ooit afgeschaft?

 

 

 

IMG_0553

Dat oude, beproefde technieken ook best een moderne, digitale variant kan hebben, bewijst deze “U”. Geborduurd op de borduurmachine. Een zeer geavanceerd apparaat dat een plaatje om kan zetten in steken in allerlei kleuren. Verschillende technieken kunnen worden gebruikt en onlangs deden we een workshop waar je de machine zelfs kunt programmeren. Een geweldige aanwinst voor het Tassenproject dat we in de derde klas Science doen!

 

IMG_0556

Maken kan een boel rotzooi opleveren en eerlijk gezegd doet dat het ook. We proberen prudent met ons afval om te gaan. Hout en plastic gooien we pas weg als er echt niets meer  mee gemaakt kan worden. Deze recycle-“L” staat dan ook symbool voor onze pogingen niet teveel afval te maken. En een aansporing om dit vaker te doen.

 

 

IMG_0557

Natuurlijk kan een reageerbuis niet ontbreken. Onderzoeken is heel belangrijk voor onze leerlingen. Vanaf de allereerste les wordt er gewerkt aan fatsoenlijk onderzoek doen. Daar heb je heel veel aan bij elk vak en zeker ook bij maken. In deze reageerbuis een flinke hoeveelheid mooie, oude schelpjes. Ook een schitterend ontwerp!

 

 

IMG_0558Met een guts is deze linosnede van de letter “E” gemaakt. Een eeuwenoude techniek die nog steeds mooi werkt. Stempelen, afdrukken werkt nog steeds goed als je meer dan één kunstwerk wil maken. Ook deze, wat je bijna zou kunnen noemen, ambachten hebben een plek in ons maakonderwijs aan de leerlingen.

 

 

IMG_0559

Het apparaat dat het snelst, het makkelijkst, en het meest precies werkt in onze Makerspace is de lasercutter. Deze kan graveren (zie de cijfers van π bij de letter “O”) maar ook heel exact snijden. heel veel materialen zoals papier, karton, perspex en hout. Hier zie je de letter “R” gesneden uit perspex en hout. Steeds meer leerlingen weten hoe dit apparaat werkt. En dat zie je aan het gebruik.

 

 

IMG_0560Het uitroepteken “!” is gemaakt van verschillende stoffen die aan elkaar zijn genaaid. We hebben een batterij naaimachines staan waar elke leerling mee moet leren werken. Altijd zie je wel een paar leerlingen die daardoor aangeraakt worden. Een prachtige “zachte” techniek die een belangrijke plaats heeft binnen ons onderwijs.

 

 

Verkiezingen!

tk2Er spelen vanzelfsprekend meer overwegingen mee wanneer een naam voor een kind wordt verzonnen. Maar de lijsttrekkers van de politieke partijen hebben een naam en het is waarschijnlijk onvermijdelijk dat er wel eens iemand denkt: “Hé, dat kind heet Diederik. Zou het naar Samsom zijn genoemd?”

De namenlijst van 2014 werd deze week gepubliceerd door de Sociale Verzekeringsbank. Vermoedelijk via de kinderbijslag hebben ze een volledig overzicht van alle gegeven namen. Joeri Stubenitsky, onvolprezen nieuwslezer en nieuwtjesjager twitterde gisteren (13 januari 2015) de lijst met jongensnamen.

Voor een nerd als ik volstrekt onweerstaanbaar, zo’n lijstje. Naar de site, alle lijsten downloaden, omzetten naar Excel (ze staan in pdf) en sorteren en zoeken maar. De langste jongensnaam is snel gevonden (met de Lengte-functie van Excel de lengtes van de strings bepalen en dan sorteren). Je vraagt je wel af, hoe groot de hekel aan je eigen kind is als je die de naam “Ghëarmiangelijanno” geeft (18 karakters, er is er nog een met 18: “D’Angelo-Valentino” maar daar tellen de apostrof en het koppelteken ook mee).

Ook leuk, zoeken naar namen met opeenvolgende letters uit het alfabet. Jammer genoeg niemand met vier letters (Hijk zou toch kunnen, of Stuven; er bestaan wel gekkere namen). De jongensnamen met drie achtereenvolgende letters: Defano, Ghian, Marthijn, Peijke, Anopa, Carsten, Karst, Karsten, Korstiaan, Thorsten, Torsten, Justus, Kristupas en Augustus. De meisjesnamen: Sedef, Defeney, Defenity, Défineja, Defne, Sedef, Ghiarley, Hijab, Thijsje, Mijke, Pijke, Meijke, Rijkje, Marijke, Rijktje, Fijke, Kirsten en Kirstin. En ook de tweeletterige namen zijn het bekijken waard, jongens: Aj, AJ, Al, Ax, Bo, Bó, Co, Da, Di, En, Ha, Hu, Ib, Ip, Ji, Ko, Le, Li, Mo, Ot, Oz, Pé, Pu, Si, TJ, Ty, Wu, Xi, Ye, Yi, Yk, Yu en Zi. De meisjes: Ai, Bo, Do, El, Em, Fé, Ha, He, Jo, Ka, Ke, Le, Li, Lo, Lu, Na, Ni, Ot, Ro, Si, Su, To, Tu, Vu, Vy, Ya, Yi, Yu en Zi. Raar rijtje. Je hebt een jongen die “Aj” heet en ook een jongen die “AJ” heet. Afijn.

lijstverbMaar om terug te komen op de namen van de lijsttrekkers van politieke partijen, ik heb uitgezocht wat de relatieve populariteit is van deze namen. Erg ingewikkeld is dat niet. De voornamen van de lijsttrekkers opzoeken in de lijst en overnemen met het aantal keer dat deze naam voorkomt. Daarna alle keren optellen en delen zodat je de relatieve frequentie krijgt. Dit getal vermenigvuldigen met 150 en we krijgen een zetelverdeling op grond van voornaam. grafiekzetels

Er is een grote winnaar aan te wijzen. Bram van Ojik zou met Groen Links de absolute meerderheid halen als het slechts aan zijn naam zou liggen; de naam “Bram” is aan 727 jongetjes gegeven vorig jaar, goed voor 88 zetels. Er is in 2014 daarentegen slechts één jongetje dat de naam “Sybrand” heeft gekregen. Opvallend: Bram van Ojik nam het stokje in oktober 2012 over van Jolande Sap. Haar naam prijkte op geen enkel geboortekaartje vorig jaar. Als zij nog aan het bewind zou zijn geweest, was D66 de winnaar geweest, met 66 (!) zetels.

Afijn.

Zelf klooien? Klik hier om mijn Excelsheet te downloaden. Veel plezier en laat even weten wat je gevonden hebt!

#FABreis 2014 Dag 1

stanfordEen alumnidag op Stanford en een baseball game van de San Francisco Giants, zorgde voor een enorme hoeveelheid auto’s rondom Stanford. Wij gingen dus met de taxi. De wandeling naar Ceras vanaf de plek waar de taxi ons afzette, was al prachtig. Wat een campus! Eucalyptusbomen, palmbomen, een enorme hoeveelheid classicistische gebouwen met namen van de geldschieters erop. Man!

Tsja. En dan de FabLearn conferentie. In de rij voor de inschrijving was het al duidelijk. Allemaal leraren zoals wij. badgeMet kleine en grote Maker Spaces op hun school en hetzelfde enthousiasme als wij hebben. Een fantastische hoeveelheid spulletjes voor iedereen. Een ge-lasercut doosje gemaakt door gastheer Brogan Miller, een batterypack voor een USB-apparaat (zoals je telefoon) en geestige muntjes die je aan je badge kon doen; als je ze aan je linkerkant van je badge doet, ben je en expert op dat gebied, aan de rechterkant wil je er juist iets van weten (check de foto hiernaast, dan snap je het wellicht).

De chair van de conferentie, Paulo Blikstein opende de conferentie met een Keynote waarin hij zijn hart luchtte. Niet zoals de afgelopen jaren keurig wetenschappelijk maar vanuit de onderbuik. “I have a gut, and I have feeling, so here is my gut feeling.” Paulo meent dat we de unieke kans hebben om het DNA van Maker Education te ontwerpen. “Now is the time.” Maar eerst moeten er dan vijf obstakels uit de weg worden geruimd.

  • Diversiteit. Maker Education lijkt nu nog vooral goed te zijn voor geprivilegeerde kinderen, voor kinderen die toch al alles mee hebben. We moeten ervoor zorgen dat #makered het gat tussen “haves” and the “have-nots” verkleint i.p.v. vergroot.
  • Gebrek aan onderzoek. Wellicht wat prekend voor eigen parochie pleitte Paulo voor veel meer onderzoek. En “Evaluatie is geen onderzoek“. Op Castilleja, een meisjesschool in de plaats waar we zijn, Paulo Alto, is een fulltime onderzoeker actief.
  • Drie culturen. Er zijn drie culturen te onderscheiden in de Maker Movement die een potentieel gevaar kunnen opleveren. Ten eerste “Product before process“, dus sturen op mooie, “flashy“, affe producten. In het onderwijs gaat het altijd om het proces. Ten tweede de “hackerculture“, “sink or swim“, “autodidactism“. Er zijn veel leerlingen die helemaal geen hacker zijn, die Maken moeten leren. Van een leraar. Ten derde de “thirty minute workshop“.  We nemen veel te weinig tijd voor dit soort onderwijs; het moet in een lesuur passen. Dat is niet goed.
  • Instituten. Er zijn nu al veel instituten die geld proberen te verdienen aan The Maker Movement, zoals O’Reilly, de uitgever van het geweldige blad Make en organisator van de immens populaire Maker Faires. Daar is niet echt was mis mee, maar onderwijs heeft andere doelen en dat kan wrijving opleveren. daar moeten we rekening mee houden.
  • Banen of een Geweldig idee. Vaak wordt voor het invoeren van Maker Education het argument gebruikt dat het belangrijk is om leerlingen op te leiden voor de banen van de toekomst. Dit is volgens Paulo heel gevaarlijk. Want dart maakt het gevoelig voor mode-verschuivingen. Maker Education is van zichzelf een goed idee en heeft dit niet nodig. Je geeft ook geen muziek om iedereen een muzikant te laten worden; of gym om iedereen een topsporter te maken.

Als we het onderwijssysteem willen veranderen om Maker Education de plaats te geven die het verdient, moeten we, als leraren, zelf het onderwijs veranderen en dat vooral niet aan mensen daarbuiten overlaten. En Paulo ziet een unieke kans, waarbij we het niet moeten laten lopen, het laten verworden tot de volgende hype. “We have a chance to design the DNA of Maker Education.blikstein2

En toen was de dag nog maar net begonnen. De workshops daarna waren interessant, wellicht nog meer vanwege de gave contacten die je opdoet.

Marten:

Eén van de workshops van vanochtend werd gegeven door twee Denen van een science center uit Silkeborg (Denemarken). Met leerlingen van heel uiteenlopende leeftijden (va. 8 jaar) etsen ze glas, waarbij ze de leerlingen eerst een sjabloon laten ontwerpen en het vervolgens uitsnijden met een vinylcutter. Het sjabloon plak je op iets van glas (glazen plaatjes of een limonadeglas) en vervolgens smeer je er etspasta op (gewoon bij amazon te koop). Na een kwartier maak je het glas schoon en heb je een glas met eigen ontwerp er op geëtst. Het geeft heel mooie resultaten en is eigenlijk heel makkelijk.

Per-Ivar:

Bezocht de workshop ‘Pedagogy of hybrid fabrications and lost trades’ Op de universiteit van Kentucky experimenteert men met het gebruik van 3d-printers. Ook zij vinden dat het lastige apparaten zijn om mee te werken. Er is een stevige ‘workflow’ nodig om een bruikbaar resultaat te krijgen. Dit kost veel tijd maar de mogelijkheden zijn wel eindeloos. Men gebruikt een verhalende vorm om studenten aan het ontwerpen te krijgen. Van een oud schip ontbreken de onderdelen en de kennis om nieuwe onderdelen te maken is met de werklui mee het graf in gegaan. Maak dit onderdeel opnieuw met gebruik van nieuwe technieken zoals een 3D-scanner en een 3D-printer. De studenten maken gebruik van software die gebruikt wordt in de industrie zodat ze een idee krijgen van wat er na hun opleiding mogelijk is. Het nadeel is dat de software een steile leercurve heeft. “It looks like a dashboard of a Boeing”. Veel spelen met het programma is het devies. Wanneer een reproductie gelukt is van een onderdeel is het jammer om er maar één stuk van te maken. Op de universiteit zoeken ze manieren om meer stuks te produceren. Met het 3d-printen van een stuk en daarna met een speciale techniek omzetten tot een ceramische mal lukt het om een serie metalen replica’s te maken. Zo komen oude en nieuwe technieken samen.

Arjan:

Zo deed ik een workshop bij Gary Stager over LittleBits (die wij al een tijdje gebruiken op De Populier) en ik probeerde daar samen met Erin Riley de Arduino-bit aan het werk te krijgen met Scratch. Dat lukt maar half maar leverde een mooi gesprek op. En zoals altijd was Gary goed voor een paar stevige quotes. Zo is hij nog helemaal niet tevreden over de kwaliteit van de LittleBits en realiseert hij zich heel goed hoe het vaak werkt in onderwijs: je moet in een keer de goede aankoop doen; je hebt geen kans om het nog een keer te doen.

Een lekkere lunch met wederom leuk praatjes en in het kwartiertje dat overbleef ging Per natuurlijk lekker knutselen met de bouwstenen van hout die daarvoor waren neergelegd. Deze bouwsten kun je ook met kopertape, een batterij en een LEDjes hacken. Hoogtepunt was het bezoek van de Chair, Paulo Blikstein. : “I had to see the guys from The Netherlands.

maken2In de middag waren er drie gezelschappen: docenten, onderzoekers en leerlingen. Het was eigenlijk wel mooi om te zien dat de dingen die de docenten met hun leerlingen doen heel vaak dingen zijn die wij al best lang met onze leerlingen doen. Er zijn wel interessante observaties te maken. Het is bijvoorbeeld wel echt noodzakelijk om leraren op te leiden voor hun taal als Maker Educator. En om een Maker Space op je school te laten slagen, heb je een kritische massa van mensen nodig die de machines kunnen bedienen (hoe groot die massa is, werd niet verteld).

 

maken1De praatjes van de onderzoekers die daarna aan de beurt waren, waren van wisselende kwaliteit. Sociaal onderzoek is voor bèta’s zoals wij altijd wat lastig te begrijpen. Na drie praatjes was het de beurt aan Gary Stager die ironisch werd aangekondigd als de man zonder enig charisma. Wat een bulldozer! Met glasheldere argumenten en om de zin een onliner, legt Gary de problemen van het huidige onderwijssysteem bloot. “Quote van Papert: we leren de kinderen een miljardste van onze gezamenlijke kennis en we ruziën over welk miljardste deel.”  En: “Making is a stance – a way of preparing kids to solve problems in ways their teachers never anticipated.De volledige, duizelingwekkende tekst is hier te lezen (geen slides).

De kinderen die daarna aan de beurt waren om te vertellen over hun Maak wederwaardigheden waren aandoenlijk. Dapper sprekend voor zo’n congres. Niet elk project is indrukwekkend maar ze vertelden er zeer enthousiast over. Zo vertelden Jesus en Miguel over hun avonturen in het FABLab van Stanford. Twee highschoolstudenten van vermoedelijk Mexicaanse komaf helpen de lab manager bij zijn werkzaamheden. Het kunstproject dat ze ontwierpen en op de 3D printer afdrukten zag er indrukwekkend uit.

De borrel na afloop werd hilarisch toen de Amerikanen erachter kwamen dat wij met de leerlingen bier brouwen op school. “Really?REALLY?” Voor de doodsbenauwde Amerikaanse leraren volstrekt idioot. Maar de educatieve waarde begrepen ze meteen. En ze willen nu allemaal graag op bezoek komen.

panoMarten, Per-Ivar en Arjan

 

#FABreis2014 De vragen.

qmarkOp vrijdag 24 oktober vliegen we naar San Francisco om op zaterdag en zondag de FABlearn-conferentie bij te wonen en bij te dragen aan een rondetafelgesprek. In de week erna bezoeken we Pier 9 (Maker Space) het Exploratorium (Sciencemuseum met veel tinkering) en High Tech High (school die al jaren bezig is met Maker Education).

Vanzelfsprekend hebben wij vele vragen die we beantwoord zouden willen zien:

  • Moet elke leerling van elke leeftijd in elk schooltype leren Maken?
  • Moet Maken een vak worden of moet et geïntegreerd worden in elk vak, of…?
  • Is het nodig dat elke school een eigen Maker Space krijgt?
  • Wat is een minimum pakket dat je moet hebben in een school om goede Maker Education te geven?
  • Hoe kun je docenten verleiden en daarna opleiden om Maker Educator te worden?
  • ….

We hebben nog veel meer vragen maar willen jullie, enthousiaste en uiterst kritische volgers van Maker Education vragen of jullie nog vragen voor ons hebben. Welke vragen zou jij beantwoord willen zien? Wat is de vraag? Wij zullen proberen deze vragen mee te nemen en beantwoord te krijgen. We beloven niks behalve dat we het zullen proberen uit te zoeken.

Dus: stel hieronder, in het commentaar een vraag, of doe dit via twitter, via een @reply aan @arjanvandermeij, @___pi en/of @mhazelaar liefst met de hashtag #FABreis2014. We zijn benieuwd!