Een experiment: netwerk leren

Aanleiding

In de kerstvakantie lukte het me weer eens om een boek te lezen. Ik had net “Whiplash” binnen. Een boek van Joi Ito, de directeur van het beroemde MIT Media Lab. Meestal belanden dit soort boeken, na wat scannen, op een stapel. Er is een Japanse term voor. Die ben ik vergeten. Hij beschrijft negen principes waarmee het Media Lab werkt en waarvan hij denkt dat ze in de toekomst voor iedereen een grote rol gaan spelen. Ze zijn allemaal uitgebreid beschreven maar je krijgt snel een idee wanneer je het volgende lijstje ziet:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Learning over education

Op de facebook-pagina zijn het er nu 10. Het is zelfs een movement 😉

Het eerste waar ik aan bleef hangen wat “Learning over education“. Vaak vertaald met “Onderwijs is wat een andere je aandoet, leren is wat je jezelf aandoet.” Blijkbaar doet leren een beetje pijn. Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens. Frustratie is wat mij betreft een uiting van die pijn. Doe ik aan educatie of laat ik ze leren? Kan je wel leren zonder educatie? Hoeveel educatie heb je nodig om te kunnen leren? Wat leren mijn leerlingen dan eigenlijk echt? Deze laatste vraag houdt me meer en meer bezig.

Het tweede waar ik aan bleef hangen is het idee van “Pull over push“. Dat kan je, net als alle andere principes, op verschillende manieren opvatten. Wat mij raakte is dat het leren bij MIT in een sociaal netwerk plaatsvindt. Je begint aan iets dat je interessant vindt wat niet persĂ© je vakgebied is (pull). Je gaat pas op zoek naar kennis wanneer je het nodigt hebt (pull). Hierbij gebruik je je netwerk. Ik kan me voorstellen dat dat voor een plek als Boston geen probleem moet zijn. Toen ik het hier met Rolf over had, herkende hij het direct. “Zo leer ik ook.” Maar hoe zit dat met mijn leerlingen? Gebruiken zij hun netwerk wanneer ik ze de kans geef? Toen deze vraag zich opdrong, legde ik het boek neer en noteerde een plannetje in Evernote om dit te onderzoeken. Anders dan de meeste ideeĂ«n, werk ik dit idee uit. “Practice over theory“.

Idee en uitwerking

In HAVO 4 vertelde ik dit idee. Omdat ik net een schriftelijke overhoring wilde opgeven, zei leerling Laura: “Waarom doen we het niet gelijk?” HAVO 4, een examenonderdeel…maar hey, “risk over safety“. Zo leren we samen vast iets.
Hieronder staat de tekst die ik aan de leerlingen geef.

Een experiment

Vooraf
In tegenstelling tot normaal krijg je vooraf de schriftelijke 
overhoring die ik anders zou gebruiken als toets. Je krijgt twee 
weken de tijd om de antwoorden voor het SO te vinden. Je mag je 
hele netwerk gebruiken, inclusief je boek en docent. Als je 
netwerk te beperkt is, breid je dat uit zodat je de kennis vindt. Of je wil samenwerken laat ik aan jullie over. Iedereen levert 
zelf een toets in, de antwoorden zijn in jouw handschrift.

Inleveren
Op de dag dat je het moet inleveren staat er een SO in Magister 
met de stof die erbij hoort. Tijdens dat uur kijk je een toets van
een medeleerling na. Je geeft een een cijfer dat je vaststelt met de norm. Wanneer een antwoord fout is geef je daarnaast ook
feedback wat er fout is.

Beoordeling
Alle toetsen worden door mij nagekeken. Je cijfer wordt bepaald 
door de toets (door mij nagekeken) en jouw beoordeling van een 
medeleerling. Daarnaast moet je feedback hebben gegeven. Hoe 
verder je nakijkwerk afzit van het ‘echte cijfer', hoe lager je
eigen cijfer. We spreken af 1 punt per halve punt afwijking. 
Dus de toets is een 8 waard en jij komt op een 6. Dan heb je voor nakijken een 6 (10-(2/0,5)). Jouw beoordeling en jouw toets tellen even zwaar.

Netwerk leren?

Het is geen goed onderzoek. Het is een verkenning. “Compass over maps”. Ik heb maar drie versies gemaakt van de toets (het plan was vijf). Het kostte nog best was tijd om toetsen te maken. Ze zijn moeilijk. De toetsen heb ik bewust niet gelijk gemaakt. Het aantal vragen verschilt, het aantal meerkeuzevragen ook. Er zijn vragen die op elkaar lijken en die in de ene versie open zijn en de andere een meerkeuzevraag. Allemaal dingen die ze, wanneer ze het met elkaar gaan doen, moeten opvallen en waar ik hopelijk vragen over krijg. Zo krijg ik een beetje een idee hoe ze het netwerk in de klas inzetten. Rolf deed me nog het idee aan de hand dat ik de bronnen moet navragen. Dat is een heel goed idee. Toch heb ik dat weggelaten. Ik wil het proces niet teveel in de weg zitten. Ik denk dat ik ze achteraf bevraag met een kleine enquĂȘte.

Het gebeurt wel vaker dat ik dit soort experimentjes doe. En om het leren voor mij ook sociaal te maken, schrijf ik deze blogpost. Voel je dus vooral vrij te reageren! Graag!

Per-Ivar Kloen
Twitter: @___pi

7 gedachten over “Een experiment: netwerk leren

  1. Els Oosthoek

    Wat zou ik graag zien dat mijn twee puberdochters (6 en 3 gym) zo’n docent hadden! Mooi experiment en ook super om meteen te beginnen. Er blijven karrenvrachten vragen over natuurlijk, zoals hoe meet je het leerrendement? Hoe makkelijk/moeilijk is dit voor minder sociaal netwerkende jongeren (en hoe help je die?) succes en ben benieuwd naar het vervolg!

    Reageren
    1. Per-Ivar Kloen Bericht auteur

      Die vragen heb ik ook. Hoe meet je sowieso leerrendement? Ik ben ook erg benieuwd wat er gaat gebeuren. Bedankt voor je reactie, heel leuk!

      Reageren
  2. Pingback: Netwerk leren: de resultaten - Plakken en knippen

  3. Marleen Vankerckhoven

    Dit ga ik zeker ook een proberen. Ik heb mijn ll. al een paar keer ‘samen’ een toets laten oplossen, elk een ander blad en ze zijn verantwoordelijk voor elkaars antwoorden. ’t Is taal, dus ook voor de spelling… Soortelijk systeem als hun antwoorden onderling niet ‘dezelfde’ zijn, verliezen ze een punt. Wanneer hun antwoorden wel hetzelfde zijn krijgen ze een extra punt. (Ă©Ă©n spelfout mogen ze over ’t hoofd zien). Ik merk dat leerlingen nu op een andere manier ‘samen’ ‘werken’ bij een opdracht. Moeilijk te beschrijven in een korte reactie, maar zeer boeiend om te observeren, hoe de interacties plots veranderen, hoe ze antwoorden ineens niet meer gewoon laten overschrijven, maar checken wat de andere schrijft, hoe leerlingen ineens een antwoord wel ‘volledig’ willen hebben… Als je’t ziet gebeuren voor je neus, is het ‘meten’ van leerrendement minder belangrijk. Je ziet aan al wat ze de volgende keer doen dat ze ontzettend veel geleerd hebben… dat quoteren is niet te doen..

    Reageren
    1. Per-Ivar Kloen Bericht auteur

      Wat leuk om te horen dat je het ook wil proberen! Het zou heel erg interessant zijn waneer je je ervaring zou willen delen. Blog je erover?

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *