Netwerk leren: de resultaten

Een aantal weken terug had ik een idee dat uitgewerkt werd tot een experiment. Ik was nieuwsgierig of mijn leerlingen hun netwerk weten in te zetten om te leren. Het is een poging om grip te krijgen op een idee van “Learning over Education” zoals ik dat las in het boek “Whiplash: How to Survive Our Faster Future” van Joi Ito. Het houdt me bezig en misschien wel daarom kom ik het op verschillende plekken tegen. In deze quote van Mitch Resnick uit dit stuk bijvoorbeeld.

Too often, kids are led into situations where there’s one correct solution and one path for getting there, and that’s not a very good foundation for developing as a creative thinker. But a blank slate can also be intimidating. We’re always trying to provide kids with opportunities to decide on their own goals and pathways, but also enough structure to help them succeed.

Ik denk dat dit een uiting van hetzelfde idee. Iets waar ik binnen het maakonderwijs ook tegenaan loop. In deze eerdere blogpost probeer ik daar handvatten voor de les aan te geven.

Op twitter had ik een discussie, of beter een gesprek, waar ook weer hetzelfde idee terug komt. Je kunt het draadje hier oppikken.

https://twitter.com/WSonneveld/status/832880355636023296

In het boek zeggen ze dat alle principes samenhangen en dat alles samen “Learning over Education” tot gevolg heeft. Alle principes dragen hieraan dus bij.

Hier zijn ze nog een keer:

  1. Resilience over strength
  2. Pull over push
  3. Risk over safety
  4. Systems over objects
  5. Compass over maps
  6. Practice over theory
  7. Disobedience over compliance
  8. Emergence over authority
  9. Diversity over abillity

De toets

Zoals aangekondigd heb ik de toets ‘afgenomen’ op geplande datum. Ik heb een dubbeluur gebruikt omdat ik niet zeker was hoe lang de leerlingen nodig zouden hebben om na te kijken. Bij binnenkomst heb ik alle leerlingen per versie in een rij gezet. Ik had drie versies gemaakt dus in een klassiek lokaal komt dat heel goed uit. Drie rijen van 10 lln. De toets was met opzet lastig. Hierna heb ik elke rij een andere versie gegeven met een versie van de toets waarmee ze kunnen nakijken. Dit was een lege toets waar ze de punten op kunnen scoren en waar ze bij een fout antwoord feedback kunnen geven. Op de originele toetsen wordt niet geschreven.

Tijdens de toets heb ik de leerlingen een online enquête gestuurd. Wanneer ze klaar waren leverden ze de toets in en vulde de enquête in. Ik heb de toets nagekeken en daarna gekeken hoeveel hun cijfer van mijn cijfer afzit. Dit is het tweede cijfer dat leerlingen verdienen. Voor elk 0,5 punt dat je van mijn cijfer afzit lever je een punt in.

Ik geef de leerlingen die dat willen nog een herkansing. Het was per slot van rekening een experiment.

De resultaten

Hieronder volgen de resultaten van de toets en de enquete:

  • leerlingen voorspelden een 7 gemiddeld, het gemiddelde was een 6,9
  • Voor het nakijken scoorden de leerlingen een 7,1 gemiddeld.
  • 61,5% vond de toets moeilijk tot zeer moeilijk
  • 57,7% vond de opdracht leuk tot zeer leuk om te doen
  • 73% vond de opdracht duidelijk tot zeer duidelijk.
  • biologieboek (92,3%), medeleerlingen (84,6%) en websites (57,7%) zijn de voornaamste bronnen
  • 42,3% staat negatief tot zeer negatief tegenover het herhalen van dit experiment.

Ik heb ook nog wat open vragen gesteld. Om deze blogpost enigszins leesbaar te houden en omdat dit niet een goed onderzoek is maar een verkenning heb ik een aantal typerende opmerkingen per vraag weggegeven.

Wat heb je geleerd?

  • Dat het toch geen hele goede manier van een toets maken is. Het is makkelijker als we gewoon uitleg krijgen.
  • Vrij weinig. Dat je met elkaar makkelijker een toets maakt dan alleen.
  • Ik snap het nu beter omdat ik meer met andere mensen heb gepraat en daardoor meer snap.
  • De stof beter geleerd, dieper op ingegaan.

Een groot voordeel van deze manier van werken is:

  • Je gebruikt andere bronnen om te leren.
  • Meer tijd om je echt in een vraag te verdiepen en zo meer kans te hebben om hem goed te kunnen beantwoorden.
  • Dat er minder stress is voor de toets.
  • Je kunt samen discussiëren en samen op een antwoord komen.

Het nadeel van deze manier van werken is:

  • Aan mij werden alle antwoorden gevraagd.
  • Het nakijken is heel lastig.
  • Je kan er mee weg komen niet te leren, het ligt aan jou of je de opdracht goed uitvoert of niet, doe je dit wel dan leer je een hoop.
  • Verantwoordelijkheid ligt bij jezelf (kan ook goed gevonden worden).

Wat ik nog vertellen wil, is:

  • Misschien is het handig om de toets op deze manier te maken als een soort van eerste toets/ diagnostische toets die niet heel vaak meetelt en het dan niet door ons te laten nakijken.
  • Ik vind het heel nuttig en leerzaam om te doen. Zeker nog een keer doen!
  • Dat het nakijken heel lastig is omdat je dan andere moet controleren waar ik zelf heel slecht in ben en in uitleggen
  • Nooit meer

Observaties

Tijdens het experiment heb ik wat observaties vastgelegd. Hier volgen er een paar:

  • Nakijken is ook een vaardigheid.
  • Ik krijg heel veel vragen.
  • Er is veel discussie onder de leerlingen.
  • Binnen de versies neigen de antwoorden meer naar elkaar.
  • De opdracht werd vaak individueel aangepakt.
  • Nakijken duurt net zo lang als het SO maken zelf terwijl alle vragen bekend zijn.
  • Leerlingen hebben meer moeite met handschriften dan ik.
  • De leerlingen met veel inzicht zijn goed in nakijken.
  • Hard werken wordt beloond. Door alle vragen voor te bereiden kun je er ook komen.
  • De vragen die ik krijg, zijn gericht op begrijpen i.p.v. een antwoord.
  • Het cijfer voor de toets komt heel vaak overeen met het cijfer voor het nakijken.

Conclusie

Het is natuurlijk lastig echte conclusies te trekken. Het zijn indrukken. Ik ben verrast. De leerlingen zetten veel minder hun netwerk in dan ik dacht. Ze zijn er niet handig in.  Eigenlijk pakken ze het op zoals het normaal ook zouden doen. Zelf hard ploeteren met de vertrouwde middelen, je boek, websites en je klasgenoten. Geen “Disobedience over compliance”, geen “Risk over safety”. Ik had gehoopt dat ze wellicht als groep de opdracht zouden oppakken. Wanneer je creativiteit als groepskwaliteit beschouwd, zoals in dit interessante artikel (dat ik via mede Fablearn Fellow Anne Bown-Crawford las), was dat goed mogelijk geweest. Als klas drie nakijkmodelen maken bijvoorbeeld. Geen “Systems over objects”. Harde werkers en volhouders kwamen wel bovendrijven. Dus “Resilience over strength”.

Ik zou het nog eens moeten doen. Ik heb nog nooit zoveel goede vragen gehad. De leerlingen waren echt gemotiveerd te vragen te snappen i.p.v. alleen de goede antwoorden vinden. Waar zit het hem dan in?

Het natuurlijk ook veel gevraagd om te verwachten dat ze alles zomaar anders zouden doen. Toch houden de principes me bezig. Door het nu een klein beetje anders te doen, nog steeds binnen de lijntjes van het klassieke systeem, komt er toch iets los.

De resultaten waren ook goed, iets hoger dan normaal. De verdeling was ook normaal. Er zijn ook nog steeds onvoldoendes. Maar het belangrijkste verschil is, denk ik, dat we met elkaar in gesprek zijn geraakt over de stof en over het leren. Dat is toch wat ik het mooiste vind, leren met je leerlingen.

Per-Ivar

2 reacties op “Netwerk leren: de resultaten

  1. Goed gedaan! Ik denk dat leerlingen op de langere termijn op een grondiger niveau gaan leren met deze aanpak. Dat er een beetje weerstand zit, heeft er mee te maken dat gedragsverandering tijd kost. Dus na 10 keer vinden ze deze aanpak gewoon.

  2. Dank je! Ik denk dat je gelijk hebt Martje. Ik heb de indruk dat er meer en beter geleerd is. Gek genoeg is daar altijd een beetje weerstand tegen. Ik ben wel een beetje geschrokken over hoe geconditioneerd mijn leerlingen eigelijk zijn. Het zou denk ik wat waard zijn wanneer we ze meer strategieën leren. Probleem, zoals altijd, het kost meer tijd.

    Ik zal het binnenkort eens herhalen. Een onderbouwklas lijkt me wel interessant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *